Turf, sondering en langzaam ruimende wind

Vakantie 17 augustus 2017 tot 4 september 2017

gevaren route: Kampen - Meppel - Diever - Appelscha - Donkerbroek - Gorredijk - Earnewâld - Zwaagwesteinde - Dokkum - Bartlehiem - Wergea - Grou - Akkrum - Tsjûkemar (Tsjûkepôle) - Blokzijl - Kampen

Gevaren afstand: 308,77 kilometer, aantal vaaruren: 45 uren en 30 minuten, verbruikte brandstof  57,3 liter.









Donderdag 17 augustus 2017
Voordat we met vakantie gaan bezoeken we traditiegetrouw de moeder van de schipper, die de komende week 93 jaar zal worden. In het verpleegtehuis heeft men echter weinig tijd voor ons, en de toestand vn moeder is niet zodanig dat we daar lang blijven. Dat alles heeft tot gevolg dat we om half twaalf al vertrekken vanuit onze thuishaven, ongeveer 22 uur eerder dan we hebben bedacht. Bij het Koggeschip bunkeren we 90,05 liter diesel voor € 117,05. Daarna varen we verder om rond half drie te meren in de Aremberger Gracht. Het weer is niet verkeerd: de luchtdruk is ongeveer 1011 hP, de temperatuur bedraagt zo'n 20 graden en er staat een windje 3 vanuit het zuiden. De lucht is geheel bewolkt.
's Avonds maken we een wandelingetje naar De Belt, het restaurant aan het water van de gracht, waar we een voortreffelijke start van onze vakantie maken.
De Belt, goed voor een lekker etentje!

Afgelegde afstand: 22 kilometer, vaartijd: 3 uur, 6 minuten, verbruikte brandstof: 4,4 liter. 2 sluizen.








Vrijdag 18 augustus 2017
Om half elf gaat het anker op, en vertrekken we in de richting van het land van Bartje. Via de Belterwiede en het Kanaal Beukers-Ossenzijl varen we naar de Beukerssluis. Daar is het wat druk: we missen de schutting en moeten wachten, zodat onze passage een half uur duurt. Maar ach, we zijn met vakantie, dus wat zou dat? Om kwart voor twee zijn we gevorderd tot de Paradijssluis, waar een aantal bootjes op de aanlegplaats ligt. We denken dat ze dat doen voor de overnachting, maar het blijkt dat er ook enkele zijn die verder willen. Een beetje voor onze beurt liggen we daardoor in de sluis... Na de sluis knopen we vast voor een overnachting. Daar denken we dat een schip uit Urk in de brand staat, er komt flink wat rook uit. Het blijkt dat ze daar per ongeluk de kachel hebben gestart, een kachel die niet helemaal jofel nootje is, en uit een soort van protest een tactisch rookgordijn produceert.

We bestuderen de treinpassages, zien een oude Volkswagenbus T2 en een mooie Kever, maar missen het oldtimergebeuren dat daar in de buurt plaatsvindt. Tja, je kunt niet alles hebben.

We varen 16,3 kilometer in 3 uur en 12 minuten, passeren twee sluizen, 2 bruggen en verstoken 4,5 liter diesel.


Zaterdag 19 augustus 2017
Vandaag zullen we wel weer terechtkomen bij ons vaste stopplekje als we de Hoofdvaart op gaan: de Haarsluis. Het is half bewolkt, 18 graden en een windje 4 uit het zuidwesten. We hebben zeven minuten nodig om de spoorbrug van Meppel te passeren om daarna nog enkele bruggen te laten draaien. O ja, er zijn natuurlijk ook allerlei sluizen op dit traject, dat zich kenmerkt door mooie eiken langs de waterkant, verkeer op wat vroeger het jaagpad langs het kanaal moet zijn geweest en de gemaaltjes bij de sluizen, die 's nachts het kanaal weer vol met water pompen. Door al dat schutten loopt het langzaam leeg, want Assen ligt wel 11 meter hoger dan Meppel...

We varen vandaag 20,5 kilometer, in 3 uren en 12 minuten, verstoken 5 liter diesel en passeren 11 bruggen en 4 sluizen.

Zondag 20 augustus 2017
Het leven van een schipper gaat onder veel bruggen door en passeert vele sluizen, dat wordt ook vandaag wel weer bewezen. De Beereboot vertrekt onder een volledig bedekte hemel bij een temperatuur van 19 graden. Het miezert een beetje en om 11:00 uur regent het zelfs. De wind is wat minder dan gisteren en komt uit dezelfde richting. We genieten onderweg van het voorbij glijdende landschap, zoals zich dat onder de kruinen van de eiken op de wal laat bekijken. We zien koeien, kalkovens, verkeer en sluizen, gemalen en bruggen langskomen. Het Drentse landschap is mooi, het varen gaat heel rustig en we leggen toch een afstand van ruim 14,5 kilometer af. Die afstand brengt ons naar Appelscha, dat op de Turfroute is gelegen. Die zijn we rond 11:50 uur opgevaren via de Witte Wijksbrug.
Dit jaar is de route gratis, vroeger betaalde je een bedrag van op het laatst tegen de € 20,--. Later horen we dat het beheer van vaarwater en bijbehorende kunstwerken niet meer bij de Stichting de Nije Kompagnons ligt, maar is overgegaan naar de provincie. Dat zal in de toekomst wel gevolgen hebben.
Ons plannetje om uit eten te gaan in het ooit zo gezellige Appelscha slaagt niet: het restaurant dat we in gedachten hebben is gesloten en de andere gelegenheden ogen òf niet aantrekkelijk, òf verlaten, òf zijn eveneens dicht. Ook vinden we het dorp nogal rumoerig met aan beide zijden van het kanaal een verkeersweg die druk bereden wordt. En omdat het zondag is, komen er toch nog veel dagjesmensen langs.

We varen vandaag 14,6 kilometer in 2 uur en drie kwartier, verstoken 2,8 liter brandstof en passeren onderweg 11 bruggen en 3 sluizen.

Maandag 21 augustus 2017
Vandaag varen we verder, Appelscha hebben we wel gezien. Maar eerst helpt de schipper een paar "collega's" door de Smidsdraai en maakt hij een babbel met een stel uit ... Ja, uit onze eigen haven in Kampen! Na de Smidsdraai komen we bij het Stokersverlaat. Het kost bijna 35 minuten om deze sluis te passeren en in de wachttijd maken we een babbel met de mensen van de boot voor ons. Elf minuten na het vertrek uit deze sluis liggen we al weer voor de volgende: het Fochteloër Verlaat. Het bijzondere van de sluisjes op deze route is dat ze stampvol water komen, waardoor je bijna met je boot op de vaste wal belandt. Lastig om aan land te gaan, en dat is in iedere sluis wel nodig, want ze hebben allemaal zo'n "handige" stang waaraan je je landvasten moet bevestigen. Maar vooralsnog is dat niet aan de orde...

We vermaken ons opperbest: de boerderij naast de sluis wordt voorzien van een nieuw rieten dak en het is - zoals op de foto te zien is - schitterend weer. Gelukkig maar, want het duurt allemaal erg lang. We hebben de schutting net gemist, wat betekent dat onze "voorliggers" eerst afgeschut worden, en daarna worden onze "tegenliggers" opgeschut. En dan pas zijn wij aan de beurt... Het betekent dat we een uur en tien minuten doen over deze sluispassage... Maar ach, wat geeft het? We hebben toch vakantie?
Daarna varen we verder en zo'n 25 minuten later passeren we de fietsbrug van Oosterwolde. Ooosterwolde is altijd leuk binnen komen, al ligt het kanaal daar wel vrij diep. Kijk maar.

 Het is er fraai varen, er staan mooie huizen en het is in Oosterwolde heel wat rustiger dan in Appelscha. We besluiten dat we in de nabije toekomst hier nog wel een keertje zullen gaan overnachten, maar voor vandaag hebben we een ander doel.

We passeren hotel "De Zon", het pand waar ooit een oud-collega van de schipper werd geboren.
De brug draait voor ons, en we zijn in het gezelschap van een schip waarvan de bemanning niet weet hoe je moet varen... Altijd spannend, als je zo'n stel zoetwatermatrozen in je nabijheid hebt. Maar gelukkig gaat het goed, en zij knopen vast aan de kade van Oosterwolde.



Wij varen verder in de richting van Donkerbroek. Als we daar aan komen is er helemaal aan het einde van de rij (voor ons het eerste plekje) een plaatsje beschikbaar. Daar maken we Donkerbroek vast aan ons schip, zetten de stoeltjes buiten en puffen uit in de warmte. We hebben een gesprekje met onze bi=uren, die al op leeftijd zijn maar in een mooi schip rondvaren, een platbodem die door de schipper zelf is opgeknapt.
We bezorgen de mensen op deze plek wat verantwoorde literatuur (de Palaver, het blad van onze vereniging) en gaan te voet het dorp verkennen. We zijn op zoek naar een plek waar ze bier verkopen... En die plek is er: Het Witte Huis. Op het terras genieten we van ijs met advocaat, slagroom en chocoladesaus... En we kunnen meeluisteren naar een "Therapeutisch" gesprek dat een dame en een heer voeren met een jongedame die kennelijk wat minder geluk in het leven heeft gehad. Natuurlijk nuttigen we ook datgene waarvoor we kwamen: enkele biertjes, voor de juiste vochtbalans...


Na dit alles maken we een plaatje van de kerk en de klokkenstoel van Donkerbroek en een praatje met de mevrouw van de overkant, die vertelt hoe ze daar terecht is gekomen.
Nu zorgt ze voor de plantjes van de overbuurvrouw, en voor de honden die achter in de tuin vertoeven.

We wandelen terug en bekijken de snikke die in de Compagnonsvaart is gemeerd tegenover de brocanterie-zaak.
Het is stil op de aanlegplek: de weg aan de overzijde van het kanaal is alleen toegankelijk voor fietsers en bestemmingsverkeer, doorgaand verkeer moet buiten het dorp om. Wij vinden dat een mooie maatregel, want dat zorgt voor rust.

afgelegde afstand 10,6 kilometer, 6 bruggen, 3 sluizen. Vaartijd 2 uur 30 minuten, gebruikte brandstof 2 liter.
Dinsdag 22 augustus 2017
Al weer de driënnegentigste verjaardag van de moeder van de schipper. Jammer dat ze dat zelf niet meer beseft, wat overigens ook de reden is om er niet meer voor thuis te blijven. Wij besluiten om deze dag een eindje te gaan fietsen. Maar wat is dat? De hele wereld lijkt wel hetzelfde plan te hebben: er komen non-stop grote groepen fietsers langs aan de overzijde van de vaart. O ja, het is fietsvierdaagse in Drente, we hadden dat al in Appelscha gehoord van mensen die daar met hun boot lagen en er speciaal voor gekomen waren... We trekken ons er niets van aan en besluiten dat we - vanwege de conditie van de schipperse - niet al te ver zullen fietsen. Over een mooie route (met dank aan de fietskaart) rijden we naar Oosterwolde, waar we bij De Zon op aanraden van een gezellige Brabantse meneer een speciaalbiertje bestellen. Smaakt perfect! Ondertussen komen er hordes fietsers langs, en de verkeersregelaar - die er erg veel zin in heeft - is er stikdruk mee. We genieten van een tweede glas bier (op één been lopen gaat wat lastig) en doen er een lunch bij. Smaakt prima! Daarna zoeken we de fiets weer op, maar zien ook een bijzonder motorvoertuig.
Een Chevrolet uit 1931, met nog een origineel kenteken uit Ontario (Canada) op de achterzijde. Het antieke voertuig staat daar "zomaar" geparkeerd en we lopen er omheen voor een mooi plaatje.
Daarna fietsen we terug naar ons bootje, alhoewel...

Die band wordt nu toch wel erg zacht, maar even oppompen, dat ding. Vijftig meter verder is hij al weer zo plat als een dubbeltje, dus daar moet iets anders aan de hand zijn. Het meisje fietst door naar de boot, en de schipper verandert van beroep: hij wordt tijdelijk fietsenmaker... De band is lek als gevolg van een geïmproviseerd velglint dat niet is blijven zitten: het plakband wat gebruikt is als velglint is verschoven en maakt een scherpe punt, die een gaatje in de band heeft geprikt. Na die exercitie fietst ook de schipper naar het biertje (pardon, het bootje). Zo hebben we weer een leuke dag besteed.

Woensdag 23 augustus 2017
Het wordt tijd dat we weer wat diesel gaan opmaken. Het is de bedoeling dat we vandaag naar Gorredijk zullen varen, waar een mooie aanleg is in een parkje tegenover seniorenwoningen. Om acht minuten over tien steken we van wal, geven de meisjes die de nieuwe draaibrug in Donkerbroek bedienen een euro nadat we de watertank hebben gevuld. Vlak achter de draaibrug is een tweede brug gelegen en twintig minuten varen daarna een derde. Voor die derde moeten we ruim tien minuten wachten, ook een brugwachter is ondeelbaar... We maken een verre vaartocht, als je op de kaart kijkt...




We vertoeven in Russische sferen... Het verhaal gaat dat er ooit een cafeetje was in een dorpje waarvan de kroegbaas Peter heette. De man was erg bekend natuurlijk, en ook geliefd. Dat leidde er toe dat mensen uit de omgeving begonnen te spreken van Petersburg, als ze het over dat dorpje hadden. Tja, toen heette de nederzetting aan de andere zijde van de Compagnonsvaart als snel Moskou... Leuk verhaal, en - dat moet gezegd - een bijzonder mooi plekje. De vaart wordt omzoomd door groen en gaat daarin geheel en al schuil. Kijk maar eens!



De Compagnonsvaart in dat stukje "Rusland" biedt een feeëriek beeld. De meneer die met ons opvoer had wat problemen met de diepgang. Hij had het idee dat hij voortdurend met de kiel van zijn als motorboot gebruikte zeilschip door het veen ploegde. Het aardige was dat hij dezelfde dieptemeter heeft als ik en ook dezelfde waarde gepresenteerd kreeg. En die was ruimschoots voldoende, dus wat er nou aan de hand was?


Uiteindelijk komen we dan waar we willen zijn: Gorredijk. Inmiddels is de lucht dicht gezakt en is de zon wat ver te zoeken Toch liggen we er niet verkeerd.

Het fietspad loopt vlak langs de aanlegplek, da's wel handig, want dan kan je gemakkelijk met de brugwachter overleggen wanneer je wilt vertrekken. Want die komt geregeld langs, omdat Gorredijk grossiert in bruggen en ook nog in het rijke bezit is van een sluis. Zomaar wegvaren is er dus niet bij...

Dat plan hebben we ook helemaal niet: we gaan eens even op verkenning uit en willen ook een  hapje eten in de winkelstraat. Dat doen we op z'n Italiaans, en dat smaakt weer perfect. Zo'n maaltijd moet je er ook weer aflopen, dus dat wordt een wandelingetje naar de andere kant van het dorp, waar we vandaan zijn gekomen. We zien het aanlegplekje net buiten het dorp waar we een aantal jaren geleden, tijdens onze eerste Turfroute, hebben gelegen, maar de schipperse kan zich dat niet  meer herinneren.

In 3 uur en 24 minuten hebben we vandaag 16 kilometer gevaren, 3,2 liter diesel opgestookt, terwijl we door 11 bruggen en 3 sluizen zijn gekomen.

donderdag 24 augustus 2017
Op naar de plaats van schaatsen en skûtsjes, de Aebelina en Et Wiid... Earnewâld dus. En dat wil de schipper nu eens niet via de geijkte route doen, maar via een vaarweg die pas twee jaar geleden beschikbaar is gekomen: De Skipsleat en het Polderhoofdkanaal. Je komt dan uit bij De Veenhoop, steekt daar over en vaart de Hooidamsloot in. Het lijkt een korte tocht, maar je komt onderweg best wat bruggen en een enkele sluis tegen. We willen wel weg, maar moeten eerst wachten op een konvooi van de andere kant, daarna zijn wij pas aan de beurt. Het had wel anders gekund, maar dan moet je voor dag en dauw gaan varen en dat past niet in ons vakantieschema.
Maar voordat je zover bent, moet je eerst Gorredijk verlaten, en dat is een aardige tocht. Vijf bruggen liggen er tussen ons en de Sluis, die op een afstand van 625 meter van onze aanlegplek is verwijderd. Maar dank zij de brug- en sluiswachters liggen we al spoedig in die sluis te dobberen: slechts vier minuten duurt het voordat we er binnen varen. De temperatuur is aangenaam (21 graden), het is half bewolkt en het zicht is prima. Onderweg genieten we van het landschap, de huizen en de andere mooie dingen vanaf het water. De Skipsleat ligt ongeveer 1800 meter na de Rolbrêge, die vlot voor ons draait. Om de Skipsleat op te kunnen moet je door een sluisje met een drempeldiepte van 90 centimeter... Voor ons geen probleem, maar onze buurman vindt het allemaal maar wat spannend. Hij maakt vandaag een rondje met vrienden en voor hem is dit kanaal ook de eerste keer. We geven hem een Palaver mee voor onderweg, hij komt wel eens in Kampen overnachten. Na de sluis (die je zelf moet bedienen) varen we naar Nij Beets. Vlak langs de huizen en in het dorp maken we een zeer scherpe draai naar bakboord, naar het Polderhoofdkanaal. Er ontvouwt zich een leuk beeld: een kaarsrecht kanaal met een lengte van zo'n 5 kilometer met 7 bruggen die het water in twee verschijningsvormen overspannen: kaarsrecht of gebogen. Je ziet zo achter elkaar liggen, afgewisseld door boerderijen en groen.


Ondanks de lengte zonder bochten een leuk stukje vaarwater, dat bij De Veenhoop via een sluis uitkomt in het Grietmansrak. Daar ontlopen we het veerpontje en varen de Hooidamsloot in. Het gaat daar allemaal wat vreemd: als we er nog een eind vanaf zijn, gaan de lichten van de Hooidambrug op groen, de brug draait voor ons terwijl we er zo onderdoor kunnen. Tenminste, voor ons? Neen hoor, plotseling gaat het spul op rood en kan het zeiljacht vanaf de andere kant opstomen... Brugwachter in de mist of leerling die aan de knoppen zit? Uiteindelijk varen wij door en we worden opgelopen door een sloep met - hoe kan het ook anders - veel haast en een enorme golf aan de kont. Gelukkig komen we goed aan in Earnewâld, waar we een mooi plekje in kunnen pikken.
Bij Westersail strijken we neer voor een versnapering, in de selsbetsjinning van Wester doen we wat boodschappen en vervolgens maken we een wandelingetje door het dorp. Als we terugkomen van Westersail is er een jongetje van een jaar of negen, tien die aan de schiper vraagt of die kan schaken. En zo kan het gebeuren dat de schipper ineens op een reuzenschaakbord met een kereltje van de basisschool in de slag gaat en ontdekt dat het ventje de schaakkunst goed beheerst. De partij duurt een flinke tijd en bezorgt de schipper af en toe flinke hoofdbrekens. Uiteindelijk besluiten we tot remise, waarna het mannetje een nieuw vriendje voor een partijtje schaak weet te strikken. Die schaakpartij is een leuke onderbreking van de dag! Daarna gaan we weer terug naar het bootje en kijken naar de reuring die er is.

We voeren deze dag 21 kilometer, gebruikten daar 4 liter diesel voor en waren er 3 uren en 18 minuten mee bezig. Op onze tocht waren er 11 bruggen en 3 sluizen.

vrijdag 25 augustus 2017
Nadat we bij een temperatuur van 25 graden en een bijna onbewolkte lucht om tien over half twaalf zijn vertrokken gaan we op even na twaalf uur stuurboord uit het PMK op. Onderweg zien we de kraan die in de Nauwe Saiter een Lancaster bommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog moet gaan lichten. De vaarweg is tot november gestremd.
De schipper ziet een tanker naderen, maar duurt een behoorlijke tijd voordat het schip ons passeert. Uiteindelijk komen we op het Burgumer Mar, waar we bakboord uitgaan, de Kuikhornster Vaart in. We varen door totdat we bij de aanleg LM 42B zijn aangeland, dat lijkt ons wel een leuk plekje. Een eindje voorbij Zwaagwesteinde, of Westerein, zoals ze daar zeggen.
Aan de andere steiger ligt een beige multi-knikspant, waarvan de schipper meent dat die gehuurd is. Later zal blijken dat hij gelijk heeft: een maand of wat later wordt hetzelfde schip weer gezien, maar met een totaal andere bemanning. Eindelijk een huurschip van een normaal formaat, waarmee je een veel leuker vaargebied hebt dan met zo'n grote bak-en-geen-ervaring...
Aan de overzijde van ons vaarwater wordt hard gewerkt: het hooi wordt netjes in plastic gewikkeld (jammer, al dat plastic...) en zo komen er steeds mee "marshmallows" in het land te liggen. Langzaam zakt de zon, maar dan zien we een bijzon in de hemel, een natuurverschijnsel dat al vaker door ons is gezien, maar elke keer weer een mooi gezicht oplevert.

Zaterdag 26 augustus 2017
De volgende dag gaan we fietsen. Per slot van rekening hebben we niet voor niets twee van die stalen rossen achterop staan. We besluiten dat we onze tocht niet al te lang zullen maken (rekening houdend met de conditie van het meisje), maar we maken een leuke rit. Onderweg komen we een gemaal tegen dat drie oudere gemalen vervangt, zien we een door mensenhand gevormd natuurgebied en fietsen we langs mooie dorpjes. Uiteindelijk belanden we in een soort van kringloop/brocantewinkel, waar we theekopjes voor de bus aanschaffen... Echt in jaren-zeventigstijl... En o ja, we doen ook nog een viswinkel aan voor een lekker bakje kibbeling-met-saus... Wat een luxe leven!
Uiteindelijk komen we via hetzelfde fietspaadje waarover we vertrokken weer terug bij ons bootje, dat inmiddels nieuwe buren heeft gekregen.

Zondag 27 augustus 2017
Het is tijd om weer eens verder te gaan, want zo'n vaarvakantie is niet oneindig. dus gaan we om ongeveer 10 over 11 anker op en varen via de Nieuwe Zwemmer naar het Oud Dokkumer Diep. Dat levert altijd een spannend moment op, want op een gegeven moment kruis je de Stroobosser Trekvaart, die schuil gaat achter een dijk waar een autoweg op ligt. Ik bedoel maar: je kunt helegaar helemaal noppes zien! Gewoon een gokje, die oversteek. Maar het gaat goed, en we tutteren rustig verder door het Friese landschap. Een visbootje vaart min of meer met ons mee, maar heeft wat meer haast. De schipper heeft een omwegje bedacht: niet via de Stroobosser Trekvaart, maar via de Alde Lunen, een mooi kronkelend vaarwater, dat het Oude Dokkumer Diep verbindt met het Dokkumer Grootdiep. Via dat laatste water varen we in rustig tempo naar Dokkum. We pakken nog een half uur middagpauze mee bij de Woudabrug, dat geeft ons mooi de gelegenheid om ook even een bammetje op te peuzelen. Zeven minuten na de middagpauze kunnen we verder en een klein uurtje later arriveren we in de voormalige Admiraliteitsstad. Daar meren we af tegenover het Admiraliteitsgebouw en de pakhuizen van de Erven Brouwer. Natuurlijk genieten we ook 's nachts van het uitzicht...
 's Avonds hebben we nog een verhaal met een zwemmende hond, die bij de helling aan de overkant te water is gegaan en steeds maar weer rondjes zwemt. Het lijkt wel of het dier er niet meer uit kan komen. De schipper gaat de hond redden, maar komt natuurlijk te laat. De schipperse had intussen twee lange-afstandszwemmers naar het onfortuinlijke dier gestuurd en toen de schipper arriveerde was daar ook het baasje van de hond. Die vertelde dat het dier niet te houden was als het water zag: dan MOEST er gewommen worden, en was hij er bijna niet meer uit te krijgen...

Vaartijd:2 uur, 36 minuten, afgelegde afstand 20,2 kilometer, verbruikte brandstof 5,2 liter.

Maandag 28 augustus 2017
De volgende ochtend hebben we ons maar even verwend met een K&A: koffie met appelgebak, bij de Posthoorn. Ik steel het plaatje van dit hotel even, dan krijgt de lezer een goede indruk van waar we zaten (natuurlijk op het terras, want het was bijna 30 graden...)


 In de gang van het hotel hangt een foto van de Patrouille de Suise, met de namen, nicknames en handtekeningen van de mannen die met de vliegtuigen vliegen. Patrouille de Suisse? Ja, het stuntteam dat vorig jaar tijdens de training voor de luchtshow op de luchtmachtdagen een jager verloor omdat die na een wat hardvleugelige ontmoeting met zijn buurman in een kas was "geland".

Om half één maken we los en omdat in het aangrenzende havenbekken aan de andere kant van de Hoogstraatbrug (waar het keerpunt van de Elfstedentoct is) wordt gewerkt - er is daar een stremming - gaan we via de Woudpoortsbrug op weg naar Burdaard en Bartlehiem. Het kost een uur om het mooie Dokkum te verlaten (je moet toch door drie bruggen en er is slechts één brêgewipperen ook nog een charterschip). Uiteraard laten we het charterschip voorgaan, het is immers een groot schip... In Burdaard passeer je twee bruggen en moet je € 3,50 neertellen voor de opening. Maar goed, daarna "kronkelen we verder de Ee af, en belanden uiteindelijk in het altijd weer mooie Bartlehiem. Daar gaan we stuurboord uit, onder het wereldberoemde bruggetje door, de noordelijke Elfstedentocht-route op. Niet dat we nou naar Franeker gaan (dat had ons al op bezoek gehad dit jaar), meer voor het mooie aanlegplekje, vlak na de brug: LM 40B.


 HET bruggetje...










DE kookpot...










avond in de Finkumer Vaart.
We maken weer eens een maaltijd klaar in de gietijzeren kookpot-op-het-houtvuurtje en laten het ons goed smaken. We genieten van het mooie plekje en de ondergaande zon, maar zien in de lucht ook een naderende weersverandering.

We varen vandaag 13,6 kilometer in anderhalf uur. Dat kost ongeveer 2,5 liter brandstof, € 3,50 bruggeld en we passeren 6 bruggen.

Dinsdag 29 augustus 2017
Het is een heel mooi plekje, maar toch vertrekken we weer. We hebben een plan, en de schipper maakt meteen de fout om daarvan af te wijken. We hadden bedacht om de Ee recht over te steken, van de Finkumer Vaart naar de Oudkerker Vaart, maar neen hoor, we draaien stuurboord uit  de Ee op. Gelukkig weet de schipper dat tegen te gaan door snel het schip te laten stoppen en keren, en net op tijd gaan we onder de betonnen brug door in de richting Oudkerk. Het vaarwater is niet heel erg breed of peilloos diep: we schatten de breedte op een meter of 20, en de diepte ligt ergens rond de 1,30 meter. Na de haakse bocht bij Oudkerk komen we bij de brug. Zelfbediening dus... Nou hadden we al een tijdje achter een Doerak aangevaren en die was net bezig de brug open te krijgen. Daarvoor moet je € 2,-- in de automaat stoppen, die je weer terug krijgt als je de brug weer sluit. Dat ging dus als volgt: meneer stopt die munt er in, wacht af wat gaat gebeuren, vaart door de geopende brug en vaart door. Wij sluiten de brug en worden zo € 2,-- rijker... We varen verder, onder de Canterlandse brug door, met al die tegeltjes, die samen een rijtje schaatsers vormen... Leuk kunstwerk en een mooi eerbetoon aan al die schaatsers die toch maar 200 kilometers op een dag schaatsen. We passeren de bekende oostzijde van Fryslâns hoofdstad en varen over het Akwadukt Langdeel naar PR 59, de aanlegplek voor de komende nacht. In de loop van de middag zakt de zon steeds verder weg en aan het einde van de dag overheerst de bewolking. Ook is de temperatuur aanmerkelijk lager dan gisteren. En natuurlijk komt er weer zo'n zoetwatermatroos-op-een-zeilschip langs die wil kijken of de kopjes van een motorboot ook door de kajuit kunnen vliegen... Vermoedelijk is 's mans verstand weggewaaid tijdens een zeiltocht gelet op zijn reactie als we hem duidelijk maken dat dit minder prettig is.

We hebben vandaag 16,8 kilometer gevaren in 2 uur en 24 minuten. daarvoor hebben we 3,5 liter diesel opgeofferd en passeerden we 1 brug.

Woensdag 30 augustus 2017
Vandaag varen we maar kort. Het weer is - zoals de schipper al zag aankomen - omgeslagen: geheel bewolkte lucht, een temperatuur van "slechts"18 graden, de wind in de noordhoek en regen. We passeren het huis met de Fiat500-windwijzer voor de tweede keer in de stromende regen, en arriveren na anderhalf uur in het dorp dat haar naam eer aan doet vanwege het altijd grauwe karakter van het weer: Grou.
video

Maar het viel allemaal wel mee, want verder in de middag werd het droog en maakten we een leuke wandeling door een mooi dorp. We hadden een kort onderhoud met een meneer die nog niet zo lang geleden een huis had gekocht en nu de hele tuin overhoop had liggen in een ultieme poging om alles weer in de oorspronkelijke staat terug te brengen. Een heel mooi huis met een mooie, ruime tuin.

Natuurlijk moet de inwendige mens ook verzorgd worden, en dus gingen we 's avonds maar naar De Kade, waar we heerlijk hebben gegeten.

Afgelegde afstand 9,3 kilometer, 2 liter brandstof. We hebben anderhalf uur gevaren.

Donderdag 31 augustus 2017
Al heel vroeg in de ochtend worden we wakker van lawaai en geschommel. Het lijkt verdorie wel of er iemand bij ons aan boord is...


Dit geheel van schip-met-daarop-een-sonderingswagen verscheen 's ochtend rond een uur of zeven in de Hellinghaven van Grou. Het spul kwam ongeveer tien centimeter achter ons scheepje langs en moest daar een haakse bocht om. Dus kwam er even een voet met een laars er om tegen onze boot... En dus waren wij klaarwakker...
We hadden een leuk gesprek met één van de mannen, die helemaal gelukkig was met dit soort "gepiel" in de kleine ruimte, Hij werkte voor een bedrijf in waterbouw en deed dat het liefst op kleine projecten in kleine watertjes. Hij vertelde dat de sonderingswagen precies boven een gat in het schip gemanouevreerd moest worden, om vervolgens een buis te laten zaken die op de bodem van de haven zou komen. Zo kon bepaald worden waar de harde bodem zich bevindt. Over het waarom kon hij ons niets vertellen, ze waren maar ingehuurd. Een ander wist te vertellen dat ze naar gas aan het zoeken waren, maar dat lijkt een vreemd verhaal, temeer omdat ook op andere plekken in het water is gesondeerd. Ondertussen is het regenachtige uiterlijk van Grou gewijzigd door een uitbundig schijnend zonnetje met mooie stapelwolken. Ik weet dat het gevaarlijk is dat te zeggen, maar een echt Hollands luchtje...

Vrijdag 1 september 2017
Voor ons is dit alles wel een reden om te gaan verkassen. Dat hadden we gisterochtend ook al gedaan (de mannen van het sonderingsschip vonden het wel prettig als we even uit de weg gingen, dan hadden ze de ruimte, dus hebben we maar ligplaats gekozen op de invalidenplek want die was toch leeg). En daarna gingen we weer terug naar ons plekje aan de steiger. Nu ging het echter naar de volgende plaats: Akkrum. Via het Pikmar en de Peanster Ee varen we naar het haventje in Akkrum waar we al zo vaak hebben gelegen. Dat past natuurlijk ook niet helemaal in het vakantieschema van vergeten aanlegplekjes, maar ja, een plan is er voor gemaakt om van af te wijken. Het weer is aardig opgeknapt, de temperatuur vertoont bijna weer zomerse waarden en we kunnen stellen dat het weer van gisteren een "dipje" is geweest.
In Akkrum ontmoeten we oude kennissen - oorspronkelijk uit Staphorst afkomstig - en daarmee hebben we een mooi gesprek over bootjes, vaartochten en aanverwanten. We besluiten dat we ook hier de pot niet op het vuur zetten, maar medewerkers van een restaurant in zullen schakelen voor de maaltijdvoorziening. Vervelend hoor, al weer uit eten... Dit keer is de Italiaan aan de beurt. We hebben eerst een geanimeerd gesprek met een jongetje en - als ze er bij komt, zijn moeder -en vernemen welke Italiaan de lekkerste pizza's maakt in Akkrum. Nou moet je altijd naar de locals luisteren als het om eten gaat, en dus genieten we van een bijzonder smakelijke pizza. Zelfs de schipper doet er zich tegoed aan (en heeft er totaal geen last van die nacht).

De afstand van vandaag was slechts 7,8 kilometer en kostte 1,5 liter diesel. Er is € 2,20 bruggeld betaald. We varen een uur en 12 minuten.

Zaterdag 2 september 2017
Deze tweede september zal ons geschiedenisboekje ingaan als een gedenkwaardige dag. Om 10 over half 11 vetrekken we uit het haventje van Akkrum (dat kost even wat moeite, we zijn en beetje ingebouwd, maar het gaat perfect). Bij de Meineslootbrug betalen we € 2,-- bruggeld, en daarna halen we bij Oost 44,61 litertjes diesel om voor € 58,89 de tank weer vol te krijgen. We slaan ook een jerrycan olie in en twintig minuten later gaan we echt op weg. We kiezen voor de route langs de Nieuwe Zandslootbrug en door de Terherner Sluis. Daardoor kom je op het Sneeker Meer. Daar is de "opdracht" om op een nette manier bij de Dolte uit te komen, want het vervolg van de uitgezette tocht leidt naar de Langweerder Wielen en de Scharster Rijn. Dat tochtje levert mooie plaatjes op.
De skûtsjes houden een wedstrijd (de SKS- en IFKSwedstrijden zijn al lang achter de rug) en in het rustige voorbijgaan zien we de Sneeker Pan als vierde eindigen. Wij vervolgens onze weg via het Starteiland, de Gosse Palen en de Dolte naar de Langsturter Puollen en het Jentje Mar, komen op de Fammens Rakken en passeren daar de brugjes in de oude weg naar Sneek. En natuurlijk het brugje onder de snelweg door. Na de Kaai belanden we op de Langwarder Wielen, waar men eindelijk lijkt te zijn uitgebaggerd. Daar is wel een wedstrijd aan de gang (da's dus de tweede wedstrijd van vandaag) en we zien talloze Flitsjes, en verder op Lasers hun best doen om eerste te worden. Een mooi gezicht! Gelukkig zien we kans om zonder verdere hinder voor de wedstrijdvaarders de ingang van de Scharster Rien te bereiken en we gaan op weg naar de brug die geen middagpauze meer kent. Onderweg merkt het meisje op dat alles gebocheld lijkt te zijn: de nok van het boerderijdak, de lichtmast langs de straat. De klachten zijn dermate ernstig dat ze bij windkracht 1 zeeziek dreigt te worden van alle vreemde vervormingen die ze voor ogen krijgt. Kortom: er is een ernstig probleem met het gezichtsvermogen ontstaan dat we wel verwacht hadden, maar niet nu. We varen verder (want dat is de enige manier om de mogelijkheid tot behandeling te realiseren) en komen uiteindelijk aan op Tsjûkepôle, waar we aanleggen op plek TJ 14A. De goedbedoelde hulp van de buurman leidt er toe dat de schipperse niet van boord kan gaan om de aanlegactie netjes af te ronden. Daarna houden we "kampvuur" en de uitkomst daarvan is dat we de volgende dag versneld richting Kampen zullen varen. Onze bedoeling is dan om morgenavond in Blokzijl te liggen en maandagmiddag in onze eigen haven. Maandagochtend kan dan contact worden opgenomen met de oogpoli van het AMC voor een afspraak op het spoedspreekuur.

Ondanks de consternatie weten we toch nog te genieten van een mooi eiland en een fraaie aanlegplek. De schipper maakt er nog fraaie beelden van.


De avond valt na een middag van praten en besluiten dat het mooi is geweest. Als de zon onder is gegaan, levert dat een mooi verstild beeld op met een zilveren maan en een fraaie weerspiegeling op het water.
Het lijkt wel of er bergen aan de horizon liggen, maar in het vlakke Fryslân is dat een mooie illusie.

In 3 uur en 30 minuten hebben we 26,9 kilometer gevaren, wat 5,5 liter diesel heeft gekost. We passeerden 2 bruggen en betaalden € 2,00 bruggeld. Er is 44,61 liter diesel gebunkerd tegen een prijs van € 58,89. Ook hebben we een jerrycan Kroon-olie gekocht voor € 35,00.

Zondag 3 september 2017
We vervolgen onze tocht naar de thuishaven. Dat is vandaag niet helemaal het doel, we zouden naar Blokzijl gaan. Vanaf het Tsjûkemar betekent dit in dit geval dat we de Meerkoet - een vaste tussenstop die oorspronelijk ook in onze planning zat - rechts laten liggen en via Linthorst-Homansluis en Ossenzijler Sloot naar het brugje van Kalenberg te varen. Onderweg passeren we de brug van Ossenzijl die ons drie minuten kost. Het is natuurlijk allemaal erg bekend terrein, maar toch is het steeds een mooie tocht, ook al omdat het zonnetje volop schijnt en de temperatuur prima is: 20 graden bij een windkracht 1. 
Vlak voordat we de Helomavaart in gaan zien we een mooi platboomd scheepje liggen.
In Blokzijl maken we kennis met de Ja Koe Zie uit Veno, Ook wel bekend als Vollenhove. Op de foto niet te zien, maar aan de achterzijde van het vehikel is een soort van kachel gemaakt, die het water waarin e heren zich laven aan het meegebrachte bier op temperatuur moet houden. Met veel plezier rijden ze door het oude Hanzestadje.

's Avonds ontdekken we dat de gehele haven nu wordt omringd met een prikkabel met lampjes. Dat geeft een feeëriek gezicht, waarin ook de vlaggen aan ons mastje mooi tot uiting komen. Dat laat in elk geval zien bij welke club we horen en waar onze ligplaats is.

afgelegde afstand: 26,9 kilometer, verbruik 5,4 liter diesel, gevaren tijd: 4 uur en 42 minuten, We passeren 5 bruggen en 2 sluizen, betalen bruggeld: € 4,40, havengeld  € 10,00 inclusief € 2,00 toeristenbelasting.

Maandag 4 september 2017
De dag begint met een rondje bellen met het AMC, dat er in resulteert dat we dinsdagmiddag terecht kunnen. Het had ook vanmiddag gekund, maar dan moesten we zoveel porrie geven en vervolgens met het gas op de plank naar Amsterdam, dat leek ons ook geen goed plan. We maken ons op voor de tocht naar Kampen, een tocht die we ook vaak in de weekends varen. Via het Kadoeler Meer varen we naar het Zwarte Meer, waar een mooie strakblauwe lucht het water meekleurt. Dat levert een mooie plekje - en dus ook mooie plaatjes -  op!


Na het Zwarte Meer volgt de Goot (we liggen wel vaker in de Goot) en het Ganzendiep. Het schutten in de Ganzensluis vergt een minuut of zes, en om kwart voor twee maken we vast op onze ligplaats in de haven van Watersportvereniging ZC '37 te Kampen.

We hebben in 3 uur en 48 minuten 28,4 kilometer afgelegd. Dat kost 5,8 liter brandstof. We passeerden 1 sluis.

In deze hele vakantie voeren we 308,77 kilometer.



















Ff naar Frjentsjer en daarna van Franeker weer terug...


Vakantietocht van 13 juni 2017 tot en met 24 juni 2017.


De gevaren route: Kampen - Driewegsluis - Balk - Grote Gaastmeer - Welsrijp - Franeker - Earnewâld - Terherne - Echtenerbrug - Muggenbeet - Kampen.


Afgelegde afstand: 267,5 km., verbruikte brandstof 52,5 liter, aantal vaaruren 37.








dinsdag 13 juni 2017
Vandaag is de start van de vakantie. We hebben een einddoel bedacht en gaan in de loop van de dag op pad. Nou ja, pad, we kiezen meer het ruime sop. Het wordt een redelijke afstand, vanuit Kampen varen we bijna naar de Driewegsluis. Onderweg genieten we van het mooie weer, het mooie landschap en de rust. Onze tocht voert ons door Wetering, langs Geertien en door Kalenberg. Gelukkig zijn er vrij weinig kano's, maar de paar die er zijn halen weer de mooiste stunts uit. De brug in Ossenzijl draait dit keer vlug en al snel zetten we koers naar de Linde. Een eind voor de Driewegsluis is aan de bakboordzijde van het vaarwater een mooie aanlegplek (TJ28), waarvan we al een tijdje zeggen dat we daar ook eens moeten stoppen. Dat doen we nu dus, en we meren ons bootje midden in het boerenland.

Het is een mooie, stille plek, en we genieten van de fraaie luchten. 's Avonds wordt het erg stil, en langzaam verlaat de zon ons. Het wordt nacht.
Nacht in de Linde















O ja, dat was ook nog een "dingetje": er is een nieuwe navigatiecomputer. Zo nieuw dat nog niet alle randapparatuur beschikbaar is: de GPS-muis is pas een dag voor vertrek gearriveerd (de oude kan niet met die nieuwe computer overweg), maar een auto-lader... Die is er nog niet, en de schipper had bedacht dat dit wel met de andere oplader kon. Nou, de stroom ging rap de computer in, en de rook kwam er nog sneller uit... Daarna was opladen geen optie meer, en moest de oude computer (die was wel meegekomen) weer op het dashboard. De nieuwe was leeg, en moest eerst naar de computerdokter. Die grap betekende een volledig nieuwe computer, zij het in de oude behuizing...

We passeerden 2 sluizen, 2 bruggen, betaalden € 2,20 bruggeld. We hebben 26 kilometer gevaren en 5,2 liter diesel verstookt. We varen 6 uur en 12 minuten..

Woensdag 14 juni 2017
De volgende dag varen we verder en doen we iets dat we vijwel nooit doen: we laten de Meerkoet links liggen. Dat heeft te maken met het vakantiethema: "vergeten plekjes". Want we hebben het plan om op plekken te gaan liggen met onze boot waar we òf nog nooit hebben gelegen, òf heel lang geleden hebben gemeerd. En dus varen we zonder te stoppen het Tsjûkemar op, op weg naar Sloten en het Sleattemer Mar. Het is wederom prachtig weer, en met een rustig tempo hobbelen we over het Tsjûkemar langs Marchjepôle via de Follegasleat en de Kromme Ee naar het Brandemar naar Sleat, waar we al weer geluk hebben met de brug. We betalen het brêgegjild (€ 2,--) en varen via het Slotergat naar het Slotermeer, waar we scherp bakboord uit gaan. Die koers brengt ons naar de Luts, die we helaas niet verder dan tot aan het begin van Balk kunnen bevaren: de bruggen zijn te laag... De scheepswerf daar is verdwenen, we liggen vlak bij het toilet- en douchegebouw, dat we ooit in aanbouw zagen (toen we ons Paddekuikentje nog bezaten en wel de Luts op konden).

Je kunt er kleurrijk badderen...

We zijn eenmaal geschut en kwamen door 5 bruggen. Dat kostte € 4,--. De afgelegde afstand: 29,5 kilometer, tegen 6 liter diesel. We varen vandaag 3 uur en 54 minuten.














Donderdag 15 juni 2017
We verlaten Balk en koersen in de richting Waldsein. Omdat we daar al veel vaker waren, laten we het plaatsje links liggen en gaan weer bakboord uit, de Waldseinder Rakken op. We varen achter een motorboot aan, en komen uiteindelijk op het Heegemer Mar, dat we schuin oversteken. Er wordt volop gezeild, er staat een leuk windje en overal om je heen zie je de witte en bruine driehoeken en trapeziums. Het spel heet "zoek ton 7", want als dat na een rechte lijn varen lukt, heb je een kortste afstand over dit langgerekte meer gevaren. Het lukt dit keer niet helemaal: we belanden bij de vijfde ton in de aanvaarroute naar de Inthiemasloot. We naderen ons doel, het Grote Gaastmeer, waar we meren aan steiger 18D, in een leuk insteekhaventje. We hebben daar ook leuke buren....
Zoals aangegeven: een mooi plekje! En dat was maar goed ook, want het begon steeds harder te waaien en dus besloten we om hier een tweede nacht te blijven. In onze nabijheid lag een zeiljacht waarvan de mast heel erg begon te fluiten. Tja, de wind...

Er waren vandaag geen bruggen of sluizen. We hebben vandaag 15,5 kilometer afgelegd, wat 3 liter diesel kostte. De tijd die daaraan is besteed: 1 uur 54 minuten.

Zaterdag 17 juni 2017
Die wind hield ons dus even vast, we lagen wat verwaaid om het zo maar eens te zeggen... Maar daarna knapte het weer op, en werd onze tocht vervolgd. Het einddoel voor deze mooie dag werd Welsrijp. Daar weten we een leuke aanlegplek net voor die brug die een aantal jaren geleden enkele centimeters inzakte door een te zwaar beladen hooiwagen...
Ik schreef al: het weer knapte wat op. Weliswaar is het nog steeds zwaar bewolkt, maar de temperatuur is 20 graden en de wind haalt maar één beaufort... We hoeven maar vier minuten te wachten voor de spoorbrug bij Workum, halen vervolgens ruim 48 litertjes diesel bij De Liefde en slaan daar ook water in. Natuurlijk lukt het ook dit keer weer om in de middagpauze bij de brug van Tjerkwerd aan te komen, iets wat leidt tot veertig minuten verplicht stilliggen. De lunch smaakt goed... Bij het Krûswetter van Bolsward hebben we wat moeilijke toestanden met een huurboot die niet weet hoe het moet en met uitkomende vaart vanuit de stad. Maar dan kunnen we verder, want we hebben bedacht dat we nog wat boodschappen moeten doen. De schipper zal daarom naar de supermarkt gaan, maar daar aangekomen is die gesloten. Natuurlijk ligt de telefoon in de boot, dus de schipperse waarschuwen gaat wat lastig en teruglopen is geen optie. Dat wordt een wandeling naar de andere kant van de stad, waar ook een grote super zit, een olifant van een ding... Daarna wandelen naar de boot met een gewichtige boodschappentas... Dwars door het centrum, langs het mooie stadhuis en in een steeds hogere temperatuur... De hele grap kost ruim 50 minuten... Dan hobbelen we verder over bekend water, raken een euro kwijt aan de brug in Wommels en belanden uiteindelijk in Welsrijp, waar we vastmaken aan de aanlegplek (die dus geen vermelding op de kaart heeft), vlak bij de brug in de N384. We kijken hoe een labrador door zijn baasje het water ingestuurd wordt, en hoe het dier enthousiast tussen de wal en ons schip doorzwemt...
We hebben in Bolsward ingekocht voor de kookpot, die komt dus nu uit het vooronder. De driepoot wordt opgezet, de vuurschaal gemonteerd en onze buitenkeuken wordt in bedrijf gesteld voor onze eigenste versie van coq au vin-op-een-houtvuurtje. Na een heerlijke maaltijd genieten we van het mooie uitzicht.














afgemeerd aan een heel mooi uitzicht...

Er waren 8 bruggen op ons pad, het bruggeld was € 1,--. We hebben onderweg 48,45 liter diesel getankt voor € 61,02. De afgelegde afstand bedraagt vandaag 34 kilometer, we verbruiken 7 liter diesel. Gevaren tijd: 5 uur.



Zondag 18 juni 2017
Vandaag varen we slechts 5,3 kilometer... De tocht gaat naar het einddoel van onze reis: Franeker. Het is om 10:00 uur al aardig qua temperatuur: 27 graden en een onbewolkte lucht. Als we Franeker zijn ingevaren wacht ons aan het eind van de Oude Trekvaart een nieuwe Kaatsveldse Brug, die hoog genoeg is om hem - in tegenstelling tot vroeger - in gesloten stand te passeren. Ook de dam aan het einde van de aanleg achter de Stadsherberg is weggegraven. De brugbediening in het Van Harinxmakanaal is aangepast. Om te voorkomen dat we zonder levensmiddelen komen te zitten en in de hitte van de middag moeten fourageren, gaan we maar meteen op pad. De winkel van de a-ha-erlebnis zit in de buurt. Als we "de buit" binnen hebben doen we een wandelingetje en maken een babbel met twee mensen die in een fraaie woning zijn komen wonen vanuit het "wilde westen" (lees: de Randstad). Daarna vermaken we ons met een korte wandeling door het leuke Franeker (want daarvoor waren we toch gekomen?). Tijdens die wandeling komen we eindelijk een keer in de tuin van de Martenastins, een versterkte woning uit 1498. Een mooi gebouw met een mooie geschiedenis, die buiten op een informatiepaneel is weergegeven. Daarop is onder anderen te lezen dat het pand ooit het stadhuis van Franekeradiel was.

We kwamen in Franeker zonder dat een brug of sluis voor ons behoefde te draaien. Kort vaartochtje: 5,3 kilometer, 1 liter diesel. Vaartijd: 36 minuten.




Maandag 19 juni 2017
Langzaam maar zeker afzakken in de richting van Kampen. Dat is de bedoeling nu onze vakantie wat korter is dan andere jaren. wat niet afzakt is de temperatuur, die stijgt in de ochtend al naar tropische waarden. Op de foto van de Martenastins is de luchtkleur al te zien die ook vandaag overheerst: strakblauw, aanvankelijk zonder wolken... We verlaten Franeker in noordelijke richting en belanden op een stuk van de noordelijke elfstedenroute, die in de kringen van de pleziervaart bekend staat als de Kleiroute. Het is een mooie tocht, die ons via plaatsjes als Ried en Berltsum naar Deinum voert, al waar je in het Van Harinxmakanaal belandt.
Vlak voordat dit gebeurt, zien we zo'n lawaaivogel door de lucht scheren, gevolgd door zijn al even luidruchtige soortgenoot, die op onze kosten de stilte verscheuren.


In het Van Harinxmakanaal moeten we een stuk langzaam varen omdat er een aquaduct wordt gebouwd. Via het Langdeel en Hempens belanden we in het Omleidingskanaal, waar we ons bootje vastmaken aan de aanleg van PR03. We besluiten in het water te vallen vanwege de temperatuur. Een beetje afkoeling door te zwemmen dus.

Geen bruggen of sluizen. De afgelegde afstand bedraagt 33,3 kilometer, dat kost 6 liter brandstof. Vaartijd bedraagt 4 uur 18 minuten.






Dinsdag 20 juni 2017
Het blijft helder weer, ondanks de volledig bewolkte lucht en de temperatuur die vandaag zeker tien graden lager is dan die van gisteren. We hebben er geen bezwaar tegen, want het was wel afzien in dat gesloten stuurhuis. En dat heldere zicht wordt misschien wel verzorgd door de wind, die zeker een kracht vier oplevert. Achter de tuinen van Warten langs komen we bij de brug, die we in twee minuten kunnen passeren. We laten Earnewâld dit keer links liggen en belanden via de vaarwateren daar uiteindelijk in Akkrum, waar we van kwart voor één tot vijf voor half twee middagpauze houden. Daar passeren we twee bruggen, die ons tezamen € 4,-- kosten, waarna we uiteindelijk op ons favoriete aanlegplekje SN09A belanden: vlak bij dat bord met die leuke tekst ("Lekker windje hè? Zal ik er nog eentje laten?"). Juist, we liggen tegenover het Kameleondorp en zien hoe klassen met schoolkinderen zich daar enorm vermaken. We wandelen wat op de aanlegplek en genieten ook hier weer van het uitzicht.

3 bruggen, bruggeld € 4,--. Na 22 ,1 kilometer zijn we op onze bestemming, dat kost 4,3 liter diesel. Vaartijd: 3 uur 6 minuten.

Woensdag 21 juni 2017
Vandaag breekt de zomer los, hoewel we in de nadagen van het voorjaar al tropische temperaturen meemaakten. Dat lukt nu even niet: het kwik blijft steken op een aangename 20 graden, maar de wind is wel weggezakt. Tegen half elf steken we van wal en over de Terkaplester Puollen varen we naar de Noorder Oudeweg, de Langweerder Wielen en de Scharster Rijn naar de brug die om 12:10 uur op ons pad komt. Gelukkig is daar de middagpauze afgeschaft en nadat de bus er over is gereden draait hij, zodat we doorgang krijgen naar Echtenerbrug, waar we rond kwart over één na bijna 24 kilometers varen meren bij de Meerkoet. We hebben een prettige babbel met de havenmeester.
Er moet natuurlijk ook gegeten worden en in het kader van onze ontdekkingsreis eten we niet bij de kus in het dorp (Dikke Tût), maar bij de concurrent die zich in de voormalige melkfabriek heeft gevestigd. Natuurlijk gaan we even een terrasje pakken om te zien of ze er wel een goede kaart op na houden en of het uitzicht er wel wil deugen. En wat denk je? Meteen aan het water, onder een prettige tarp in de schaduw met een koel biertje en een prachtige kaart. Daar gaan we dus echt wel lekker eten! Dus vindt 's avonds opnieuw een wandeling plaats, om op het terras heerlijk te eten. O ja, er was ook nog een geweldig leuke kinderverjaardag aan de gang voor twee schoolgenootjes die midden in de zomervakantie jarig zijn, maar dat nu al vast mogen vieren (want anders zijn alle vriendjes en dinnetjes met vakantie naar verre en minder verre oorden... Dat levert een mooi plaatje op... Lekker met z'n allen suppen op dat reuzensup-board, en kijk, papa en mamma doen ook mee!



Na het diner maken we een prettige babbel met de eigenaren die zich ook erg inzetten om de hele streek rond het Tjûkemar te promoten. Terecht, want het is er fijn toeven en varen.

We passeren 1 brug. 23,4 kilometer staat er op de teller, de tankinhoud is met 4,7 liter verminderd. We waren 2 uur en 54 minuten onderweg.
De Tjongervallei met de beide eigenaren. Mooie plek, mooi eten!











Donderdag 22 juni 2013
We starten de dag met het doen van boodschappen bij de supermarkt in het dorp. Eerst een leuke wandeling heen, een wandeling in de winkel en een wandeling terug. Na de boodschappen nemen we water in en wordt er vertrokken in de richting van ons doel voor deze dag. We maken echter wel een omweggetje: vanuit de Meerkoet varen we het Tsjûkemar op. Onderweg merken we dat het toch wat harder waait dan we hadden gepland, een krachtje vier uit het zuidwesten. Maar om kwart over elf, als we vertrekken vanuit de jachthaven is het al 30 graden... Drie kwartier later varen we de Broeresloot in en twintig minuten later varen we langs het eilandje de Kuinder of Tjonger op, ditmaal in de juiste richting: naar Kuinre. Om vijf voor half twee pauzeren we aan aanlegplek TJ25, waar we drie minuten voor twee weer vertrekken. Zo hobbelen we verder, en om bijna kwart voor drie in de middag komen we bij de sluis van Kuinre, de Kuunder Sluus. Een toen minuten later knopen we de steiger aan de bakboordzijde van het vaarwater weer vast aan de boot, zodat die niet kan afdrijven. Inmiddels is de bewolking toegenomen, net als de temperatuur, terwijl ook de luchtdruk is gestegen.

We worden eenmaal geschut. We leggen 21,6 kilometer af en gebruiken daarvoor 4,4 liter brandstof. Gevaren tijd: 3 uur, 6 minuten.

Vrijdag 23 juni 2017
De volgende dag wacht ons een strakblauwe lucht. De wind waait nog net zo hard (of zacht; wat je maar wilt) en er is een aangenaam temperatuurtje van 24 graden. De luchtdruk is nog wat gestegen, dus dat alles belooft wel wat goeds. Iets na half tien vertrekken we in de richting van Ossenzijl, via de Linde. Onderweg passeren we de Havendienst, het bootje dat bij een boerderij stoer ligt te zijn. Een uurtje later draaien we - na Havelock - de Ossenzijler Sloot in, waarna we vlot door de brug gaan. De tocht naar de brug van Kalenberg - die voor € 2,20 voor ons open gaat - duurt ongeveer een half uurtje, en via de Heuvengracht en de Wetering varen we naar de Scherenbrug om rond twaalf uur die middag te meren in de omgeving van Geertien. Uiteraard moeten we daar het terras bezoeken om de appeltaart uit te proberen. Natuurlijk doen we dat met de nodige biertjes er bij, onderwijl genietend van de voorbij varende bootjes en het publiek.

Er draaien 3 bruggen voor ons, de kosten zijn € 2,20. De gevaren afstand bedraagt 18,9 kilometer, wat 3,8 liter brandstof kost. Vaartijd: 2 uur en 36 minuten..

Zaterdag 24 juni 2017
Eigenlijk wijken we een beetje af van een goede gewoonte: meestal zijn we al op vrijdag in de thuishaven of er vlak bij in de buurt, zodat we slecht weer voor kunnen zijn. Dat is deze vakantie niet nodig: het is steeds enorm mooi weer! Tenminste... Als we om half elf die ochtend het weer noteren, dan schrijven we een volledig bewolkte lucht, een temperatuur van "slechts" achttien graden en een westenwind kracht drie à vier. O ja, het motregent ook...
Vandaag moeten we echt naar Kampen, want dan hebben we morgen e gelegenheid om de boot uit te pakken en schoon schip te maken. Dus gaat de reis via het Giethoornse Meer uiteindelijk via de Aremberger Gracht en het Scheepvaartgat naar Kampen. Om de brug van Ronduite te vermijden varen we via de Blauwe Hand en de Belterwiede. Onderweg hebben we nog wel wat voorzichtige regenbuitjes (achteraf zal blijken dat die de voorbode van een matige zomer waren, waarin we vrij weinig hebben gevaren). Uiteindelijk komen we rond tien over vier in  de middag aan in onze eigen box, een mooie vakantie met fraai weer is tot een goed einde gebracht.

We passeren 2 sluizen, geen enkele brug behoeft te draaien. We varen vandaag 37,9 kilometer en gebruiken daarvoor 7,8 liter diesel in 3 uur en 24 minuten tijd.

In totaal hebben we zo'n 267,5 kilometers gevaren. In onze vakantie kwamen we 6 sluizen en 22 bruggen tegen, die in totaal € 13,20 hebben gekost.


















Vaartocht naar het hete noorden (en hoog was het ook...)


Zoals te doen gebruikelijk gaan we ook dit jaar tweemaal met vakantie. De keuze is nu gevallen op een rondje om Drenthe heen, maar dan een wijder rondje dan de voorgaande keer.


Dit is de route geweest: Kampen-Meppel-Hoogeveen-Emmen-Ter Apel-Sellingen-Veelerveen-Scheemda-Appingedam-Winsum-Zoutkamp-Burdaard-Eernewoude-Terherne-Echtenerbrug-Driewegsluis-Steenwijk-Kampen.












Vrijdag 19 augustus 2016
Het is drie dagen voor de 92-ste verjaardag van de schipper z'n moeder. Iedere vaarvakantie in de tweede helft van het seizoen begint op dezelfde wijze: we gaan naar haar verzorgingstehuis en vieren haar verjaardag met de bewoners en de medewerkers, die zo enorm goed voor haar zorgen. Omdat moeder daar geen weet meer van heeft, kunnen we daarna gerust op vakantie gaan.
We vertrekken 's middags na drie uur vanuit onze thuishaven bij Watersportvereniging ZC '37 te Kampen en gaan na een kilometer varen de Ganzensluis door. We hebben de afgelopen weken steeds wat aan boord gebracht, dus alles is aanwezig. Vanuit het Ganzendiep varen we in een gezapig tempo via de Goot en het Scheepvaartgat naar de Aremberger Gracht. Aan het begin van die gracht "nemen" we de tweede sluis op onze vakantie, de Aremberger Sluis. Vlak voor Belt-Schutsloot meren we om de nacht door te brengen. Het is niet druk en we bespreken met elkaar hoe dat vroeger was, toen de schepen kop-aan-komt lagen en vaak ook nog dubbel.


We varen 22,4 km in 2 uur en 42 minuten en verstoken daar 3,9 liter brandstof voor. Op deze eerste dag komen we 2 sluizen tegen.




Zaterdag 20 augustus 2016
Op deze tweede vakantiedag is het de bedoeling dat we een flink eindje in de richting van Emmen varen. We genieten onderweg van het landschap. Bij een zuidwesten windje van een kracht 4 en een temperatuurtje dat je gerust zomers kan noemen varen we oostwaarts. Het is wel zwaar bewolkt, maar aan het eind van de middag komt de zon toch nog even meedoen. Ondertussen nemen we de ene sluis na de andere brug, gaan we steeds verder omhoog, soms met wel zes meters tegelijk. Per slot van rekening is het hoogteverschil tussen Meppel en Emmen zo'n 18 meter! Maar eerst maar even de Beukerssluis, nadat we over de Belter Wiede zijn gevaren. Achter de sluis bakboord uit naar Meppel, onderweg snel het vlaggetje van Drenthe aan de mast en dan op weg naar de Hoogeveensche Vaart. We passeren de sluis van Rogat en de Ossesluis en belanden dan in Echten, waar we een mooi plekje aan de "kade" vinden. Onderzoek wijst uit dat er een restaurant is, vlak daarnaast een benzinestation en aan het andere uiteinde van onze aanlegplek een roeivereniging met een mooi clubgebouw. Daar staat ook de afvalcontainer. De schipper maakt een babbel met de buurvrouw voor ons, die vertelt dat ze uit Duitsland komen, maar altijd in ons land varen. Vandaar dat de thuishaven Wilsum niet het Nederlandse plaatsje aan de boorden van de Gelderse IJssel is, maar de nederzetting in Duitsland.


Vandaag varen we 30,4 kilometer in 4,3 uur. Hiervoor hebben we 5,7 liter diesel nodig. We passeren 3 sluizen.  


Zondag 21 augustus 2016
We varen al jaren met het motto "haast maken we niet, daar hebben we geen tijd voor". Ook nu doen we dat weer. Dat leidt er toe dat we vandaag geen al te grote tocht maken (dat reserveren we voor andere dagen in deze vakantie), want we hebben ooit tegen elkaar gezegd dat Noordsche Schut ons een leuke bestemming lijkt voor een overnachting. Daar is die sluis met dat mooie beeld van de sluiswachter die met een lange "vaarboom" de sluisdeuren opent en sluit (zoals dat vroeger nu eenmaal ging: geen electrische energie, maar de fysieke kracht van de sluiswachter). Maar voordat het zover is, moeten we eerst en vooral langs Hoogeveen. We passeren de plek waar we een voorgaande keer overnachtten en komen in de middagpauze aan bij de Krakeelbrug. Wat zal die brug zijn naam eer hebben aangedaan toen 'ie er pas was. Kijk maar!


Alles aan die brug is krom, gedraaid en vreemd gevormd. Opvallend is dat ons geusje meedoet met dit spel...


We moesten er de hele middagpauze blijven liggen (een gesloten brug is een goede manier om tegengehouden te worden), dus hebben we daar maar geluncht.
Na de lunch konden we verder varen naar Noordsche Schut.
Kennelijk waren de mensen daar blij dat we kwamen: er hingen overal vlaggetjes. Of kwam dat nou vanwege het dorpsfeest dat net was gevierd? Hoe dan ook: we lagen er heel mooi en rustig, je kan er een leuke wandeling maken en er is een leuk centrum met een supermarkt en een warme bakker.


's Avonds is het uitzicht ook heel leuk, zeker als je in de richting van de sluis kijkt. Je hebt dan dit uitzicht.


't Lijkt wel een soort van kerstboom, met al die lampjes.


We varen 10,6 km in 1 uur en 18 minuten en verstoken 1,8 liter diesel. Onderweg hebben we 5 bruggen zien opengaan, en zijn we door 1 sluis gekomen.


Maandag 22 augustus 2016
Op de verjaardag van moeders varen we verder naar het oosten. Vandaag "hoeven" we slechts een sluis, maar wel 14 bruggen. Dat zal betekenen dat de gemiddelde snelheid beslist geen recordsnelheid wordt, maar hoe zat dat ook al weer met die haast? O ja, als we dat hadden, bezaten we een Ferrari. En we beschikken alleen maar over z'n ouwe motorboot die helemaal niet snel wil varen, dus doen we lekker kalmpjes aan. Zo zien we veel moois in ons eigen landje, waarvan we dan wel volop genieten. In de ochtend regent het wat (gisteravond in Noordsche Schut ook al een plensbui te verwerken gekregen), en de zon laat zich vrijwel niet zien. Ook de temperatuur vertoont een dipje en tot overmaat van ramp lukt het ons om exact om twaalf uur in Zwinderen te komen, waar de brugwachter natuurlijk al lang naar huis is, een balletje eten. Dat wordt dus weer een lunch in het zicht van de brug... Na de lunch varen we door. We kijken naar het voorbij glijdende landschap, de huizen langs het kanaal, komen door allerlei dorpjes en belanden tenslotte in Veenoord, waar we op 1,3 kilometer drie bruggen passeren en een aanlegplek zien. Mooi is die plek niet (alle aanlegplekken in dit deel van het kanaal hebben een hoge wand van damwandprofiel met daarnaast een verkeersweg en aan de andere kant van het kanaal ook een verkeersweg). We liggen pal voor het winkelcentrum en dat is wel handig want de voorraden moeten nu al aangevuld worden. We hebben de keuze uit enkele grootgrutters en in ons geval betekent dat de kruidenier met het blauw-witte logo. Het is een "Aha-erlebnis" om te zien dat deze meneer Grootgrut zich hier gevestigd heeft, maar welkom is dat voor ons wel. Maar dat gaan we natuurlijk wel morgen doen! Eerst helpen wij een stel dat met een mooi nieuw schip naarstig op zoek is naar een aanlegplekje. We verkassen een eindje, zodat ze er bij kunnen en we helpen even met het aanpakken van een touwtje. Zo hebben we allemaal een mooi plekje!


We varen 26 kilometer in 2 uur en 54 minuten. Dat kost 4,2 liter brandstof. We passeren 14 bruggen en 1 sluis.


Dinsdag 23 augustus 2016
Na de boodschappen bij meneer Grootgrut gaan we anker op, op weg naar Klazienaveen en het Veenmuseum. Ons plan is om daar nu een keer niet te gaan liggen (we hebben dat mooie museum al eens helemaal bekeken toen we er een hele zondag opgesloten lagen omdat het spoorbrugje dan niet draait), maar door te gaan naar Ter Apel. Dat betekent 30 kilometer varen, 8 sluizen en 21 bruggen verder. En dan tellen we alleen de bruggen die moeten draaien of open moeten gaan, niet de vaste waar we onder door kunnen. Eigenlijk is het bijzonder dat we daar "slechts" 4 uur en een kwartier over doen.
Voor de Oranjesluis in Klazinaveen ligt een flinke hoeveelheid kroos. Dat betekent dus dat we het wierfilter even in de gaten moeten houden! Na die sluis gaat het verder en het is altijd een beetje spannend waar nou precies die Veenvaart zich bevindt. Op een of andere manier lijkt de ingang wel verstopt te zijn en dan ineens staat daar dat bordje dat je stuurboord uit moet. En dan meteen kom je bij die bijzondere sluis: de Spaarsluis. Een ingenieus kunstwerk, dat zo gemaakt is dat men met slechts de helft aan waterverlies een of meer schepen kan schutten. En dan begint zo'n vijf kilometer Koning Willem Alexanderkanaal door een van de laatste stukjes levend hoogveen van ons land. een heel bijzonder landschap ontrolt zich.


video









Het ziet er prachtig uit, met weelderige plantengroei langs de oevers van het kanaal, mooie vergezichten en af en toe wat van die grote zwerfkeien op de oever.

Dan komen we bij de Koppelsluis: eigenlijk zijn dat twee sluizen achter elkaar, met een verval van 2,50 meter per sluis. Je gaat dus vijf meter naar beneden en dat geeft een heel vreemd uitzicht: als je in de eerste sluis ligt kijk je over de deur naar de tweede, veel lager gelegen sluis en merk je ook dat je boven de brug ligt die over het benedenhoofd van de tweede sluis is aangelegd. Je zou er hoogtevrees van krijgen... Na de Koppelsluis (ook al weer gebouwd om water van het kanaal vast te houden) kom je bij de Trambrug en direct daarna moet je bakboord uit. Je vaart dan in het Scholtenskanaal dat is omzoomd met mooie eiken. Rond half twee varen we het Veenparkkanaal in en verzeilen zo weer in het mooie landschap van het hoogveen.
Vlak voor het Veenmuseum is een bijzonder mooie aanlegplek gemaakt, dat betekent dus dat we er nog wel een keer naar toe zullen gaan... Vandaag gaan we echter verder en we slagen er in om net voor het treintje door de geopende spoorbrug te varen. Onze achterbuurman - die al een tijdje met ons op vaart vanuit Veenoord - lukt dat niet meer, hij moet wachten. Zo gaan we verder in de richting van Oost-Groningen, begeleid door allerlei bruggen en brugwachters op brommertjes die met ons meerijden en zorgen dat we door kunnen varen. In het logboek is dat ook te zien: bij nagenoeg iedere brug is gemeld dat we doorvoeren en dat er geen wachttijd was. Ook de tijd die gemoeid is met het schutten in de sluizen is niet al te lang, maar je komt er wel achter dat het ophoudt. Dat kan ook haast niet anders: twee sluizen op nog geen anderhalve kilometer met tussen die sluizen ook nog twee bruggen (eigenlijk drie, maar hoge vaste bruggen tellen niet mee voor onze statistiek). Zo komen we uiteindelijk aan bij Jachthaven De Runde in Ter Apel, waar we vastmaken in het kanaal aan de drijvende steiger.
Die avond genieten we van een voortreffelijk etentje in het jachthavenrestaurant en van het leuke uitzicht over de jachthaven. We maken een babbel met de havenexploitant die een tevreden indruk maakt, hoewel ook daar van alles is te verbeteren aan gemeentelijk beleid van omliggende gemeenten en aan rare werkwijzen. Het is jammer dat er tussen de gemeenten daar zoveel rivaliteit en gebrekkige samenwerking is: het is een bijzonder mooi vaargebied dat met betere samenwerking veel meer mensen zou trekken. Zo is men begonnen met een experiment voor brugbediening tussen Ter Apel en Bourtange. Waarom alleen daar? Omdat de aangrenzende gemeente niet mee doet... Jammer, gemiste kans!


We varen op deze dag 30,3 kilometer in 4,3 uren en gebruiken 5,8 liter diesel. We passeren 21 bruggen en 8 sluizen. Het havengeld in Ter Apel bedraagt voor ons schip € 7,50 inclusief toeristenbelasting.


Woensdag 24 augustus 2016
De volgende dag moeten de voorraden eerst weer aangevuld worden. We slaan het aanbod af om met het golfkarretje van de haven en de kruidenier (leuk, waar zo'n samenwerking toe kan leiden) boodschappen te gaan doen, wij gaan dus sportief lopen. Leuke wandeling hoor, maar wel wat warm... We doen rustig aan, en om twaalf uur, als het al 32 graden is, vertrekken we vanuit Ter Apel naar het Ruiten-Aakanaal. Daarvoor moet je de Jurjen Terborgbrug door, een zelfbedieningsbrug in de doorgaande verkeersweg.
Het kleine steigertje links op de voorgrond is de riante aanlegplek voor als je de brug moet bedienen. Dus: aanleggen, van boord, de weg oversteken en die grote sleutel in de bedieningskast. Knoppen induwen en de lichten gaan branden, even later klinkt de bel en de slagbomen gaan neer. Volgende knop en de bru... Neen hoor, de brug gaat niet open. Daar sta je dan, alle wegverkeer gestremd, sommige haastige figuren gaan al keren... en dan komt daar die mevrouw, die aardige brugwachter, hulp bieden. Het blijkt dat de schipper te zachtzinnig is geweest: je moet die knop erg stevig induwen, anders gaat de brug  niet open. Na de brug geeft ze ons onze sleutel terug en vertelt dat we ook gebruik kunnen maken van brugbediening door de brugwachters (want hoewel ik daarvan al eerder melding maakte wisten we dat tot nu dus niet). Tot aan Bourtange is er bediening, daarna moeten we zelf weer aan de bak. O ja, het is warm, dus als we eerder willen stoppen is er bij Sellingen een mooie aanlegplek. Wij zijn van plan om door te varen naar Bourtange, maar evengoed wordt ze hartelijk bedankt voor de suggestie en de informatie. Het blijkt dat sprake is van een experiment en wij spreken de hoop uit dat dit blijvend is. Ook voor de mensen mooi die er aan meedoen: het is een project om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt weer aan de slag te helpen en deze mevrouw heeft er duidelijk zin in, ze geniet er van om als gastvrouw het de bezoekers zoveel mogelijk naar het zin te maken.



Aanlegplek Sellingen
Na deze onderhoudende babbel varen wij verder en worden dan geconfronteerd met de Bosbrug. Da's een originele naam voor en brug die midden in het bos ligt... Mooi hoor, een vaart die dwars door het bos gaat, een bos dat behoort tot het oudste boscomplex van ons land. Dit keer zijn er geen problemen, en we passeren vrij vlot de brug. Kort daarna komen we bij de Ter Apeler Sluis, waar we weer een eindje omlaag gaan. Tijdens het schutten zien we opnieuw die aardige dame en zetten we ons gesprek gezellig voort. Zo langzamerhand heeft de schipper het wel erg
warm in het stuurhuis, waarvan de ramen niet open kunnen. Af en toe waait er een briesje door de zijkanten naar binnen, maar dat is dan ook de enige verkoeling. Op het laatst is het zo'n 40 graden aan het roer... Ik beleg een "kampvuurtje" met de schipperse en we gaan stoppen bij Sellingen. Bourtange is zeg maar een brug te ver bij deze temperatuur! Samen met de brugdame is er een tweede brugwachter die ons vertelt dat er in het bos nabij Sellingen vroeger door heksen nare dingen zijn uitgehaald. Het kan ons er niet van weerhouden daar toch te gaan liggen. We hebben er inderdaad een mooie ligplaats! Enne... die heksen waren vast net als wij met vakantie!
video
's Avonds verbazen we ons wel om de ijver van onze oosterburen om milieuvriendelijke elektriciteit op te wekken... Het is een wonderlijk schouwspel van rode knipperlichtjes aan de horizon, waarvan we weten dat die lichtjes vastzitten aan allerlei grote windmolens.



We varen op dit traject 11 kilometer, doen dat in 1 uur en 18 minuten en gebruiken 1,7 liter brandstof. Onderweg passeren we 5 bruggen en 3 sluizen. 


Donderdag 25 augustus 2016
Vandaag schuiven we weer een stukje verder op naar het noorden. We hopen dat het daar wat koeler is, maar niets is minder waar: het zal vandaag nog warmer worden dan gisteren. En dat zal er dan ook toe leiden dat we wat eerder de wal weer aan ons bootje vastknopen. Onderweg genieten we desondanks toch van het mooie landschap. Oost-Groningen is erg mooi! En ook rustig: we hebben het hele kanaal voor ons alleen, inclusief de sluizen en de bruggen. We brengen zo'n 50 minuten door in drie sluizen (die automatische deuren gaan soms tergend langzaam dicht) en dalen alles met elkaar zo'n 3,50 meter af naar het zeeniveau. Af en toe stoeien we onderweg met een te klein steigertje, maar uiteindelijk leggen we "met het zweet voor de kop" aan bij een hele mooie aanleggelegenheid in Veelerveen. Het is dan bijna 33 graden met wat hoge sluierbewolking en een percentage luchtvochtigheid dat meer de naam van luchtdroogheid zou verdienen: 42%. In het stuurhuis is de temperatuur inmiddels opgelopen naar zo'n 40 graden... Er is niet alleen een mooie steiger op een mooie plek tegenover het dorp, maar ook een prachtige windsingel die ons voorziet van de broodnodige schaduw. Kortom: vastknopen die schuit en met een heerlijk koel biertje in de schaduw! Zo zijn we meteen verlost van en ander probleem: het is zo heet dat de koeling van de computer het allemaal niet kan bijbenen, waardoor het ding dat onze navigatie moet verzorgen geregeld oververhit uitvalt.
Als we daar een tijdje liggen maken we kennis met onze achterburen uit Assen die ons goede voorbeeld hebben gevolgd. Zij varen met de No Prisa, een fraai schip met een Spaanse naam die "geen haast" betekent. Dat spreekt ons natuurlijk aan, want wij maken geen haast, daar hebben wij geen tijd voor.


afgelegde afstand is vandaag 11,5 kilometer, in 1 uur en 40 minuten, waarbij we 2,4 liter diesel hebben verstookt. We passeerden 3 bruggen en 3 sluizen.

Vrijdag 26 augustus 2016
Vandaag is het gelukkig koeler, alhoewel de temperatuur toch nog 29 graden op de thermometer brengt. Tot een uur of twee is het vrijwel onbewolkt, maar daarna wordt de voorspelling van de hoge sluierbewolking van gisteren bewaarheid: langzaam maar zeker betrekt de lucht. Op deze achtste vaardag van onze vakantie varen we samen met de No Prisa naar het noorden, om en om een sluis of een brug bedienend, wat de snelheid iets ten goede komt. Een tijd lang varen we om beurten voorop of achteraan, totdat de No Prisa stuurboord uit gaat naar Beerta en wij bakboord uit de steven wenden naar Scheemda. Ook op dit traject passeren we weer veel bruggen en wat sluizen en varen we zo ongeveer op de grens met Duitsland door een prachtig landschap. Tot de Bonenschanskerbrug varen we zo samen op, daarna scheiden zich onze wegen. Wij gaan bakboord uit de Westerwoldse Aa op en ontdekken al snel dat de Ulster Brug het alleen doet als je zelf van je bootje afkomt. Het was wel leuk geweest als dat ook ergens op een bordje stond... Als troost voor onze misvatting zetten we aan de andere zijde van de brug een kop koffie, waarna we om tien voor half een bij het Bulster Verlaat onszelf omhoog laten liften. We varen door naar de Rensel en passeren de spoorbrug van Winschoten, die zeer vlot bediend wordt. Het gaat allemaal voorspoedig en we denken snel aan te landen in het doel van onze reis: het haventje van Scheemda. Dat valt een beetje tegen: als we om vijf voor half twee arriveren bij de Beertster brug komt er eerst geen enkele reactie op onze marifoonoproep en pas om vijf over twee varen we door de brug. Dat krijg je ervan met die gecombineerde brugbediening... We hebben bijna drie kwartier rondjes gedraaid in het Winschoter Diep, want aanleggen gaat niet, er is geen remmingwerk. Gelukkig worden de twee volgende bruggen snel bediend, maar voor de Eexterbrug moeten we weer 7 minuten wachten. Al met al is het tien over drie als we de boot aanleggen in de jachthaven van Scheemda.
's Middags horen we van de dame die als havenmeester fungeert dat de exploitatie is uitbesteed door de gemeente. Wij denken dat het er zeker niet slechter op is geworden, maar vernemen ook dat vooral de vaste liggers daar een andere mening over op nahouden. Het blijkt dat het exploiterende stel alle havens beheert, die van Beerta, Winschoten en Scheemda.


Onze tocht naar Scheemda was 32,4 kilometer lang, duurde 4 uur en 24 minuten, kostte 6,4 liter diesel. We passeerden 11 bruggen en 2 sluizen.


Zaterdag 27 augustus 2016
Een havendag. Het is nog steeds warm, maar er staat wel een stevige wind. Dat zorgt er voor dat we na het boodschappen doen heerlijk in de schaduw kunnen vertoeven, maar ook in de zon. De dag wordt op rustige wijze doorgebracht. We doen eerst wat boodschappen in de nabijgelegen supermarkt die rijkelijk is voorzien van allerlei lekkere etenswaren. We slaan in voor een maaltijd uit onze befaamde gietijzeren kookpot, die we vanavond tussen de driepoot zullen ophangen. Daarna spoeden we ons naar de haven en nemen plaats onder de boom om wat te lezen. Na een poosje gaat de schipper aan de slag om de boot van de kalkaanslag te ontdoen (die supermarkt had ook een mooie verpakking met vijf liter schoonmaakazijn) en na deze klus zet hij zich aan de reparatie van de ritsen in de zijzeiltjes van de boot. Die zijn namelijk vergaan door de zon. Wat een slechte kwaliteit zeg: na tien jaar "al" vergaan... (Knap dat ze het zo lang hebben uitgehouden). Het lukt om de ritsen zonder zichzelf eraan vast te naaien weer aan de gang te krijgen, maar als ze 's avonds dicht moeten is het definitief einde oefening voor dit sluitsysteem: onherstelbaar kapot, niet te redden. Daar gaan we de komende tijd dus nog wel wat last van krijgen.
Aan het eind van de middag gaat de kookpot op het vuur. Eerst zoeken we een "benedenwinds" plekje op vanwege de rook (het is niet onze bedoeling de buren uit te roken) en daarna gaan de ingrediënten (kippenbouten, krieltjes en gemengde groenten) in etappes in de pan, waarna ook de schipper weer even van de rust kan genieten. We eten heerlijk, en houden voor een andere dag nog een bak eten over!
We hebben die middag ook nog een babbel met onze Duitse buren, die vlak bij ons liggen met een mooie, forse kruiser. Die hebben ze net gekocht, en ze willen hem meenemen naar Berlijn. Nee, veel vaarervaring hebben ze niet, maar wat niet is... Het lijkt ons een hele spannende onderneming: nimmer gevaren en dan naar Berlin, door het Mittellandkanal en al die andere wateren...
Die avond is het relatief snel donker en komt het onweer, dat we op de Buienradar al hadden gezien naar het noorden, en dus naar ons, toe. Het levert spectaculaire beelden van lichtflitsen, lichtaders en een stortbui op. Het gaat een groot deel van de nacht door. Niettemin slapen we als een roos, want morgen gaan we weer anker op...


Zondag 28 augustus 2016
In het logboek heet deze dag "Op naar het Daemster Daip". Dat verraadt de bestemming die we willen bereiken: Appingedam. Van een voorgaande tocht weten we dat ons weer veel van die te korte steigertjes te wachten staan, maar de dag begint met het gadeslaan van een meneer die een bootje in Blauwe Stad heeft gehuurd en vermoedelijk nooit te horen heeft gekregen dat zijn vaartuig een roer heeft. Alle manoeuvres worden uitgevoerd met de boegschroef, terwijl de boot geen gang door het water maakt. Lastig sturen dus.
Als we denken weg te gaan, komt het volgende op ons af.


rolwolk in de haven van Scheemda
Juist, een echte zogenaamde rolwolk. Nu zijn er twee dingen aan de hand: de weersvoorspelling geeft aan dat er plaatselijk nog stevige onweersbuien kunnen voorkomen en onze ervaring leert ons dat dit soort sigaren meestal zeer zwaar weer oplevert. Dus wachten we maar even af wat de weergoden ons zullen brengen. Verstandige keuze, want even later hoost het tijdens een flinke onweersbui.


Na de boegschroefspecialist (mooi scrabble-woord trouwens) en "het buitje" gaan we vanuit de haven bakboord uit naar de Trekwegklap en het Scheemder Sluisje, alles zelf te bedienen, net zoals vrijwel alle bruggen die daarna tot aan Delfzijl komen. Even ziet het er naar uit dat we niet verder kunnen: een grote boomtak is van een wilg afgebroken en hangt tot over de helft van het vaarwater. Gelukkig kunnen we er langs, anders had onze reis een geheel andere route gekregen. Ook verderop zien we dat het weer wat minder rustig is geweest dan wij in ons bootje aan de havenkade hebben beleefd, terwijl de berichtgeving ook op veel onstuimiger toestanden in den lande wijst. Maar goed, we gaan varen en komen al snel bij de volstrekt onmogelijke Tichelwaarksdraai, een draaibrug met een aanlegsteiger van ongeveer 1,50 lengte, vlak voor en vlak na de brug. Het kost ons enorm veel moeite om na de brugpassage aan te meren en de brug weer te sluiten. Dat laatste is wel noodzakelijk, want anders ben je de sleutel kwijt en kan je niet verder: de volgende brug wordt weer met diezelfde sleutel bediend. En of het niet genoeg is: die steigertjes zijn in geen tien jaar ontdaan van de alg: als het geijzeld had, zouden ze wat minder glad zijn... Weer een gemiste kans voor het Groninger watertoerisme dat zich in een geweldig mooi stukje Nederland afspeelt! We beleven spannende avonturen bij de Hamriker Klap, waar Marions broek voorzien wordt van een vette groene streep van het touw dat het plaatselijke café langs het terras meende te moeten spannen (je kunt nauwelijks van boord daar, vlak achter de brug). Een eind verder hebben we opnieuw een opgave: bij de Scheve Klap is een kort steigertje dat half in het zijkanaal ligt. Vanwege de vele regen wordt er gespuid en we hebben een stroming van zeker drie kilometer per uur op de kont in een situatie waar je niet kunt keren omdat er een hele tros werkschepen is gemeerd. Vervolgens kom je door de brug heen en moet je aan de andere zijde op een bestek van ongeveer vijf meter je boot van 9 meter naar de kant manoeuvreren en afmeren aan de steigertje van twee meter lang. Ga dan maar eens proberen als het water je zo snel mogelijk naar Delfzijl wil voeren... Maar goed, het is gelukt (anders schreef ik nu dit verhaal niet).
Ik gaf het al aan: een bijzonder mooi stukje Nederland. We varen langs de scheepswerf waar de Waarschepen werden gebouwd, in 't Waar. Mooi? Kijk maar!


de scheepswerf
Het is er heerlijk rustig, het zonnetje schijnt, de temperatuur is aangenaam, kortom: een rustig paradijsje in het noorden. Wij varen op gezapig tempo verder.












mooi Nederland






Vlak bij 't Waar ziet de wereld er bijzonder mooi en groen uit, de bomen hangen over het water en vlak voor Westeind is langs het water een heuse wijngaard aangelegd, misschien wel de noordelijkste van ons land. Op internet kan je het lezen: "Wijngaard Ol Diek" is één van de meest noordelijke wijngaarden van Nederland, gelegen op een oude zeedijk langs het Termunterzijldiep in de provincie Groningen."


Zo leer je nog eens wat. Ondertussen varen we verder in de richting van Delfzijl. Na de sluis van Lalleweer (met een verval van 91 centimeter) gaan we de havens van Delfzijl in. Dat is altijd weer een leuke tocht: je ziet de havenbedrijven vanaf de andere kant, komt vlak langs de grote schepen (als die er liggen) en ontdekt dat er midden in dat gebied ook nog een kerkje staat.


de "Naarden" in de haven van Delfzijl
 Zo varen we door de havens, gaan bakboord uit het Oosterhornkanaal in en daarna weer naar stuurboord, om het Oude Eemskanaal in te varen Na Brug 15 (waar die andere veertien bruggen zijn zou ik niet weten) moet je weer naar bakboord, om daar de Roggenkampsluis door te gaan Die sluis "doen" we in 11 minuten.



het kerkje bij Heveskes, Farmsum
in het havengebied van Delfzijl
We komen in een rustig Damster Diep, wat heel prettig is na de tocht door de havens, waar een straffe windkracht vijf stond. Bij de eerste brug over dit mooie kanaal moeten we 7 minuten wachten alvorens we verder kunnen, maar daarna gaat een brugwachter met ons mee naar de stadshaven van Appingedam. Eigenlijk zijn we moe en willen we al lang stoppen, maar de man beweert dat de steigers die we onderweg tegenkomen niet voor ons bedoeld zijn. In de gemeente-haven van Appingedam is het een gekkenhuis vanwege het shanty-festival. Daar zaten wij nou net niet op de wachten, en we varen door naar ons vertrouwde plekje achter het bejaardentehuis. Daar liggen we rustig.

In de nacht ziet ons uitzicht er ongeveer zo uit: wat lampjes aan de overzijde van het water. Als de zon de volgende dag weer schijnt, zien we de huizen aan de overkant van het water. Op het eerste gezicht lijken ze op elkaar, maar nadere beschouwing laat zien dat ze verschillen.
De bewolking op de foto is aan de zware kant en dat klopt wel: de volgende ochtend (toen de foto werd gemaakt) kenmerkt zich door een aantal regenbuien.

We varen deze dag 31,6 kilometer in 3 uur en 36 minuten. We gebruiken hiervoor 5,3 liter diesel en passeren 11 bruggen en 3 sluizen. Het havengeld in Appingedam bedroeg € 7,50.


Maandag 29 augustus 2016
Een vriendin van ons zei later dat je er een "snèverneus" van krijgt... Tja, wat wil je anders, als je volgende reisdoel de Jeneverhaven in Winsum is. Ik weet niet of die aanleggelegenheid echt zo heet, maar wel dat hij overspannen wordt door een brug die Jenerverbrug is genoemd. Die brug verbindt Winsum met Obergum. Op Wikipedia lees je daar over: "De inwoners van Obergum gebruikten de brug om in Winsum naar het café te gaan, die van Winsum gingen naar Obergum voor hun borrel, drinken in je eigen dorp deed je niet, over de brug, dat was wat anders." We hebben hier al wel vaker gelegen, maar de plek is zo leuk dat we besluiten hier een extra dag te blijven. Maar voordat we er zijn moeten we eerst weg uit Appingedam. Omdat we hebben uitgevonden dat we een lange reis voor de boeg hebben, besluiten we een keer door het Eemskanaal te varen. Dat scheelt een hele stapel bruggen, een sluis en veel aanleggen. Wij hebben dat niet alleen bedacht: een hele vloot vaart met ons mee naar de Groevesluis-Noord. Een van ons kondigt de sluiswachter onze komst aan, maar we moeten wel wachten totdat de sluis klaar is. Daarna worden we omhooggeschut (het hele feest duurt een half uur) en gaan we stuurboord uit het kanaal op. Dat ontaardt in een "gezellige wedstrijd" met een LM en wat andere zeiljachten, de Duitsers hebben zo'n haast dat ze er op hoge snelheid van door gaan. Met de hele Hollandse club varen we over het kanaal in afwisselend weer de bruggen door, in de verte zien we de haastige oosterburen.


Ondertussen zien we in de lucht ten noorden van het kanaal mooie wolkenpartijen en we constateren weer eens hoe mooi de natuur toch is. Af en toe een forse bui, afnemende wind uit het noord-westen en zo varen we naar de Oostersluis in Groningen-stad. Ook daar moeten we wachten, en wie liggen daar vlak voor ons? Juist ja, die haastige Duitsers. De schipper geeft een elastiekje zwemles,maar dat verdrinkt meteen... Als dan eindelijk het licht op groen gaat en we de sluis in kunnen besluit onze Duitse voor-buurman dat je gemakkelijk achteruit kunt knallen als je achterbuurman opvaart naar de sluis. De sukkel heeft dat helemaal nooit in de gaten gehad, en een aanvaring kan maar net voorkomen worden. Er hat das Wasser gemietet, denk ik dan maar... Ook in deze enorme sluis duurt het hele proces een minuut of dertig en daarna varen we richting Paddepoel, Dorkwerder Brug en Reitdiep. Die Dorkwerder Brug is nieuw, maar er is iets mee: veel (beroeps-)schippers schatten de hoogte verkeerd in en daardoor wordt hij nogal eens aangevaren... Ik begrijp natuurlijk helemaal niet hoe dat nou kan...


recht vooruit de Dorkwerder Brug,
aan stuurboord de ingang naar het Reitdiep
Ik heb er natuurlijk ook helemaal geen probleem mee, want vlak voor dat nieuwe kunstwerk gaan wij stuurboord uit, onder de Platvoetbrug door het Reitdiep in. Mooi vaarwater, met mooie plekken. We varen op met een Belgische vlet van een behoorlijk formaat, die ons weet te vertellen dat je daar maar zes kilometer per uur mag varen. Natuurlijk moet dat even gecontroleerd worden op onze mooie elektronische waterkaart van Stentec, en ja hoor: 6 km/h is de maximale snelheid...
We gaan verder, langs Garnwerd (we horen later dat je daar heel fijn kunt eten en overnachten, dus dat gaan we ook nog eens een keer doen) en doen ons best om vandaag Winsum nog te bereiken.
Uiteindelijk komen we - na alle bochten, mooie uitzichten en bruggen - bij Schaphalsterzijl, de zelfbedieningssluis die Reitdiep en Winsumer Diep van elkaar scheidt. Onderweg roep ik een paar keer een brug op, zodat onze Belgische buren mee kunnen blijven varen (die zijn zo hoog dat de bruggen moeten draaien, wij kunnen er wel onder door).
Na de schutting varen we verder op ons vertrouwd vaarwater en we bereiken het schilderachtige Winsum.


Wat is het toch ongelooflijk mooi, dat kleine plaatsje daar in het noorden van Groningen. Er wonen nog geen achtduizend mensen, maar die zijn volgens ons allemaal spekkoper!


Het is een goede keuze om hier een extra dag door te brengen: er zijn nog wat horeca-gelegeheden die een bezoek waard zijn volgens ons, en de voorraden zijn aan boord ook al weer aardig geslonken.


We varen vandaag 43,4 kilometer in 5 uur en 6 minuten en verstoken daar 6,8 liter brandstof voor. Er draaien 7 bruggen voor ons en we passeren 3 sluizen. De havenmeester incasseert in Winsum € 5,40.


Dinsdag 30 augustus 2016
Het werd al aangegeven: we blijven in dat mooie dorpje liggen. Boodschappen doen, "koffiën" (het lukt zowaar om een appelgebakje te scoren bij de Gouden Karper, en op zoek naar een nippel voor de waterslang, voor als we eens een keer ergens komen waar ze zo'n voorziening hebben "geleend".
Dat wordt nog een leuk gebeuren: eerst naar het dorp, waar de maandagmiddagmarkt wordt opgebouwd. Eén van de kooplieden heeft een probleem met een bloembak waar een auto tegenaan is gereden: zijn verkoopwagen past niet op de plek. Telefoneren..., telefoneren..., telefoneren... vanaf het terras slaan we de gezellige drukte gade, genietend van het schitterende weer. Dan gaan we op jacht naar "de nippel". We informeren in de plaatselijke Blokker. De aardige meneer daar heeft wel complete sets waar ook een nippel in zit (wat moet je met al die meuk, die hebben we al) maar geen losse exemplaren. Misschien heeft de Welkoop die wel, op het bedrijventerrein. Dat wordt natuurlijk een mooie wandeling... En of hij ook een leuk restaurant weet? De kaart van die Gouden vis sprak ons niet zo heel erg aan. Verschillende mogelijkheden passeren de revue (waaronder Garnwerd), maar het wordt uiteindelijk die Italiaan aan het eind van de straat. Daarna gaan we maar eens even naar het bedrijventerrein. Hé, een kringloopwinkel. Ook leuk om te verkennen. Mooie spullen, maar we brengen zelf al vaak wat weg, dus om nou weer wat te gaan kopen... Die nippel halen we uiteindelijk toch bij de Welkoop, waar Marion ook "voetdeksels" voor bij onze bus (je weet wel, die oude dame) weet te verschalken. Vol goede moed gaan we weer op weg naar onze mooie oceaanstomer, en daarna bezoeken we de plaatselijke Duitse grootgrutter (zeker geen kleintje) om de voorraden aan te vullen, nadat we hebben ontdekt dat Appie wegens verbouwing van het totale winkelcentrum van Obergum met vakantie is gegaan.
De rest van de dag brengen we door met lezen, puzzelen en genieten, totdat het tijd is voor ons Italiaanse etentje. We maken een leuke wandeling door het oude dorp. Bij de Italiaan aangekomen ontdekken we een heerlijk eenvoudig Siciliaans restaurant, dat trots de naam La Sicilia draagt. We eten er overheerlijk! Leuke bediening! Kortom: een aanradertje! Voor in totaal € 53,-- genieten we met z'n tweetjes van heerlijk Italiaans eten, besproeid met lekkere wijn, wat bier en een borrel vooraf.


Woensdag 31 augustus 2016
We verlaten het mooie Winsum weer en wenden de steven in de richting van Zoutkamp. Even buiten het mooie plaatsje "duiken" we het smalle Mensingeweerster Loopdiep in. Onderweg komen we wat recent aangelegde walletjes tegen, en even voorbij Mensingeweer wordt een geheel nieuwe brug gebouwd. Dat is wel nodig (de oude brug daar is al jaren in een soort van stalen corset gehuld en flink verzakt), maar het is eigenlijk niet aangegeven dat je ineens een dam dwars door het vaarwater aantreft. Voor dat we daar zijn ziet de schipper nog een blauwe schicht: een ijsvogeltje. Dan komt dus die dam, maar gelukkig is er ook een doorgang die pijlsnel wordt vrijgemaakt, zodat wij onze weg kunnen vervolgen naar de Sluis Abelstok. Ook hier mogen we het weer geheel zelf doen! Maar eerst hebben we dus bij die bouwplaats voor die nieuwe brug even de paniek van "straks moeten we het hele eind terug"... Gelukkig niet dus. Na de sluis gaan we stuurboord uit en varen rustig verder, genietend van het Groninger landschap, dat er hier weer heel anders uit ziet dan bij Ter Apel, Bourtange of Appingedam. Leuk, die afwisseling! Vroeger leerden we dat dit het "hoge land" was.  We komen langs Wehe-den-Hoorn, het dorp met niet alleen maar mooie huizen, maar ook huizen-met-mooie-achtertuinen. Zo varen we verder, totdat de schipperse roept dat dit wel een leuk plekje is...
We meren meteen aan, bij een klein steigertje bij 't Stort. Een "één-persoonssteigertje" zal ik maar zeggen: een meter of tien lang, precies geschikt voor onze boot. Vlakbij de brug en het Warfhuister Loopdiep, in "the middle of nowhere". Heerlijk rustig, mooi weer, wat wil een mens nog meer?
De schipperse gaat een eindje lopen om de omgeving wat te verkennen en de schipper houdt zich bezig met het lezen van een uitermate spannend verhaal. Uiteindelijk zitten we allebei op de kant in de schaduw, want het zonnetje jaagt de temperatuur weer behoorlijk op. Bovendien zit zo'n campingstoeltje ook wel weer eens lekker, zeker als je in de schaduw kunt verblijven. Maar ook aan boord is het goed toeven: een mooi uitzicht via het achterschip in de richting van het nog te bereiken Zoutkamp is daar ons deel.


We bekijken de fietsers, de vogels en de vliegtuigen die langs komen, en af en toe een auto. Verder gebeurt er weinig op dit mooie plekje. Ja, af en toe een bootje dat ons passeert.


Onze vaartocht van vandaag was 11,8 kilometer lang en duurde een uur en 42 minuten. Veel brandstof kostte dat niet: er ging 2,3 liter uit de tank. We voeren door één sluis.


Donderdag 1 september 2016
Je zou het niet zeggen, maar vandaag begint de metereologische herfst. Rond 12 uur is het 25 graden, de windkracht is dan aangezwollen tot wel 3 Beaufort... Een lichte koelte, zou de zeeman zeggen, en het moet hem toegegeven worden: dat beetje wind was lekker verkoelend... Het lezen van het uitermate spannende verhaal is afgerond, en dus kan er ook wel weer verder gevaren worden. Vandaag hopen we dan toch in Zoutkamp aan te komen. Dus gaan we rond 10:00 uur anker op, om 251 graden te koersen, op weg naar het wereldcentrum van de garnalenhandel, althans de Nederlandse garnalenhandel. Zo keren we de Hellenstertil de rug toe en varen we door het hoge land naar het garnalen-plaatsje aan het Lauwersmeer. Vlak voordat we in Zoutkamp arriveren moeten we nog even door de Hunsingobrug en we besluiten om meteen maar even te gaan bunkeren in Jachthaven 't Hunzegat: we hebben diesel en water nodig. In het zonnetje wachten we totdat de havenmeester op zijn fiets komt aangeracet (de snelheid was wat minder dan dit woord doet vermoeden), en de beide tanks worden gevuld. Daarna varen we weer weg, onder de Reitdiepbrug door en dan meteen bakboord uit het havenkommetje bij ZK 86 in. We knopen heel Zoutkamp vast aan de boot en de schipperse gaat een tafeltje regelen, want we hebben bedacht dat je hier heel erg lekker kunt eten. We bestellen een tafeltje in de serre, zodat we uitzicht hebben op onze boot en het vaarwater van het Reitdiep. De rest van de middag gaat "verloren" aan de aanschaf van dezelfde "voetdeksels" die we in het wit al voor het meisje hadden aangeschaft in Winsum (de schipper krijgt grijze, past beter bij de haarkleur) en aan boodschappen (aanvullen van de voorraden, zodat we kunnen blijven genieten van onze vaartocht). Zoeken hoeven we niet, we weten de weg in het oude vissersplaatsje. In de loop van de middag kijken we nog eens even naar een mooie klassieke kruiser die vlak bij ons meert en we laten de jeugd uit de omgeving van 't Stort, waar we de afgelopen nacht doorbrachten, langszij liggen. Met hun rubberbootjes zijn ze "helemaal" naar Zoutkamp gekomen voor een ijsje... En natuurlijk maken we even gebruik van de prima douchegelegenheid aan de overzijde van de weg.
's Avonds genieten we - bij het licht van de ondergaande en zeer warme zon - van een voortreffelijk diner met een heerlijk glas wijn bij ZK86, ook wel de Deurenloods geheten.


We varen vandaag 8 kilometer in 1 uur  en 12 minuten, verstoken 1,7 liter diesel en passeren 1 brug. Het havengeld in Zoutkamp bedraagt € 8,70 en we moeten € 3,-- toeristenbelasting betalen.


Vrijdag 2 september 2016
Onder bewolkte omstandigheden steken we 's ochtends om tien voor half elf van wal om "de grote oversteek" te maken: we gaan naar de andere zijde van het Lauwersmeer, naar Dokkum. Dat is althans de bedoeling. We hebben een abonnementje op de vaarberichten van Rijkswaterstaat, en de schipper heeft gezien dat dit plan vrijwel zeker bijgesteld moet gaan worden: er is namelijk van alles te doen in Dokkum. Maar voordat het zover is varen we via de Zoutkamper Ril en de Slenk naar het meer, dat onder een zuid-westelijk windje kracht 4 wordt overgestoken. Het zicht is goed, net als de temperatuur (rond de twintig graden), maar de bewolking neemt steeds verder toe. De overtocht zelf duurt een half uurtje, maar als je de "aanloop" en de "uitloop" er bij telt, ben je anderhalf uur onderweg me onze snelheid van rond de 4,3 knopen (8 km/h). Tja, haast... (hebben we nooit, we genieten). Als we aankomen bij de Willem Lorésluis moeten we een klein kwartiertje wachten, en daarna varen we het Dokkummer Grootdiep op. Onderweg besluiten we een flink stuk heel langzaam te varen omdat we geen zin hebben om aan te leggen voor de Woudabrug tussen Engwierum en Ee. Zo "tutteren" we verder met een tempo van rond de 4,5 of 5 km/h. Na de Woudabrug gaat het verder, totdat we bij Dokkum arriveren. De ingang van de Admiraliteitshaven is gesperd, en we zien dat de haven vol ligt met sleepboten en andere vaartuigen. Ieder plekje tussen die ingang en de Woudpoortsbrug is bezet en we besluiten de rust van Burdaard op te zoeken. Maar dan moet je eerst door de Woudpoortsbrug, en die gaat net voor onze neus dicht, ondanks dat de brugwachter ons ziet aankomen. Of zou dat nu toch een situatie zijn van "ze zien je aankomen"? Aanleggen kan daar niet en we hebben best wat last van de wind, maar na tien minuten hard werken om op je plek te blijven mogen we dan toch verder. Het aardige is dan natuurlijk dat we met de schepen die ons net voorgingen voor de Altenabrug komen te liggen, die wel 660 meter verderop ligt... En kijk: daar ontmoeten we ook de LM weer waarmee we op het Eemskanaal zo leuk een "wedstrijdje" hebben gevaren. Leuk, even een babbel en dan gaat de brug open. Op naar de Ie-brêge, een paar honderd meter verder. We knopen maar even vast, totdat de brugwachter ons verder helpt, en dan stomen we op naar Burdaard. Voorbij de tweede brug meren we aan de kade aldaar. Het is dan 16:00 uur.
Als we even liggen, gebeurt er iets ongelooflijk knaps. We hebben ongeveer 300 meter kade beschikbaar voor mede-watersporters. En dus komt de buurman op 50 centimeter achter ons liggen. Scheldend en tierend legt het echtpaar aan... en dus lijkt onze rust naar de maan. Hoofdschuddend om zoveel onbenul gaan we maar een koffie halen bij het hotel-restaurant bij de brug. Leuke plek, daar gebeurt best het een en ander. Zo arriveert een heel gezelschap elektrische fietsers (waar is de tijd gebleven dat je nog "gewoon" kon gaan fietsen?).
's Avonds eten we aan boord.


De vaarroute van vandaag was 36,5 kilometer lang, we hebben die afstand in 4 uren en 18 minute afgelegd. Dat kostte 5,7 liter brandstof. We passeerden 8 bruggen en 1 sluis. In Burdaard moesten we € 2,00 bruggeld betalen.


Zaterdag 3 september 2016
Zoals te doen gebruikelijk in dit deel van ons mooie land varen we weer op bekend terrein. ook het reisdoel van vandaag is bekend: we gaan naar Earnewâld. Er wacht ons een mooie tocht over de Dokkummer Ee en de Bonkefaert aan de noordzijde van Leeuwarden. En dan langs de oostkant van de stad (voor het huis van onze Fiat-vriend Julius langs) naar het zuiden, over het Ouddeel en het Langdeel, via 't Hempens en de Langesloot naar het watersportcentrum van de Westers. Het zonnetje schijnt, de temperatuur is aangenaam (21 graden) en de aanblik van het voorbijglijdende landschap fraai. Wat wil een mens nog meer? We passeren het wereldberoemde bruggetje van Bartlehiem, varen daar rechtdoor (en gaan dus niet via Oudkerk, want daar waren we in juni al) en komen uiteindelijk, voorbij Lekkum en Sakkerburen na een hele scherpe draai naar bakboord onder een klein brugje door op de Bonkefaert. Dit is historisch vaarwater, want op driekwart van de te varen afstand hier ligt de finish van de Elfstedentocht. Aan de stuurboordkant van het vaarwater is een klein monument opgericht waarop de gehele route staat afgebeeld. Aan de bakboordzijde ligt een nieuwbouwwijk met wat luxere woningen, aanlegplekken en wat-al-dies-meer-zij. Dan, aan het eind gaan we stuurboord uit en weten nog net een stel sukkels te ontwijken die achter de brugpijler hun boot hebben stilgelegd... Tja als je alleen over één hersencel beschikt en als die dan ook nog kapot is... Gelukkig gaat het allemaal net goed en kunnen we doorvaren. Zo gaan we langs de oostkant van Leeuwarden en na de wijk Camminghaburen en de bedrijven gaan we weer stuurboord uit, om uiteindelijk het Van Harinxmakanaal over te steken. Aan het einde van 't Hempens varen we over het akwadukt (zo heet zo'n ding nu eenmaal in Fryslân, in de rest van ons land noemen ze dat een aquaduct) en gaan bakboord uit. Onderweg rekenen we uit dat ons vaartochtje gaat eindigen voor de brug in Warten, waar dan volop middagpauze gevierd zal worden. Om die reden besluiten we om koffie te maken op PR03, de aanlegplek die in het Langdeel bij Warstiens is aangelegd. Om bijna 13:00 uur gaan we weer verder, op weg naar Warten. Daar passeren we vlot de brug en belanden in een spannend avontuur. Dwars over het vaarwater ligt een grote huurkruiser. Die komt - zoals de echte schipper zegt - overstuur uit de jachthaven gevaren (kijken hoeft niet, je bent toch veel groter) en blokkeert alles. Overigens: die schipper was vrijwel zeker ook wel in de war, maar "overstuur" bij een schip betekent gewoon "achteruit". Vervolgens gaan het ding gewoon allerlei manoeuvres uithalen, er zorgvuldig voor zorgend dat er nog geen roeiboot langs kan. Aanroepen helpt niet, de volledige bemanning is òf autistisch, òf stokdoof (en ook nog stekeblind). Na al dat gemanoeuvreer vaart het schip dodelijk traag midden in het vaarwater naar de volgende brug en blokkeert daar weer alles. Uiteindelijk weet de schipper van de Beereboot het gevaarte nog voor de oversteek van het Krûswetter te passeren, zodat we rustig kunnen doorvaren naar Earnewâld. 't Was dus weer eens bijna raak, het wordt tijd dat er een verbod komt om varen zonder kennis of kunde...
Om kwart voor twee glijden we een box in van de gemeentelijke passantenhaven in Eernewoude. Na alle plichtplegingen vervoegen wij ons bij Westersail voor wat biertjes. Daarbij voeren wij de bekende stoelendans uit (van het ene naar het andere tafeltje verhuizen).





Omdat we hebben besloten dat we hier twee dagen blijven, wordt er direct voor twee dagen "geboekt" bij de havengeldautomaat. Jammer dat er geen havenmeester meer langskomt, maar dat verwacht wordt dat je via de automaat je havengeld betaalt. Vroeger, toen Ymre Mulder de havenmeester was, kwam hij strak in 't pak langs en was de gehele haven smetteloos. Hij had altijd wel tijd voor een praatje. Jammer dat die tijd voorbij is.


De gevaren afstand vandaag bedraagt 28,2 kilometer, die we in 3 uur en 36 minuten hebben overbrugd. Dat kostte 5,2 liters diesel. We passeerden geen bruggen of sluizen die bediend moesten worden, en betaalden (inclusief toeristenbelasting) € 12,-- havengeld.


Zondag 4 september 2016
We blijven in Eernewoude. Er is slecht weer voorspeld: het zal een herfstachtige dag worden met veel wind en veel regen en een lage temperatuur. Die dag wordt het weer eens bewezen: thuisblijvers hebben altijd ongelijk! Het zicht is weliswaar matig en het regent geregeld, maar de temperatuur is met 20 graden niet verkeerd en ook de wind komt niet verder dan kracht 4 uit het zuid-westen. Wij hebben bij "herfst" andere beelden... Om onszelf te troosten gaan we maar een tafel reserveren bij Westersail en we eten die avond ook weer heerlijk. En voor de rest? We houden onszelf bezig met kijken naar de zwaluwen op de steiger, en met het vangen van zo'n beestje omdat die in zijn jeugdige onbezonnenheid zomaar de kajuit was ingevlogen... De zwaluwen wonen precies onder onze steiger...






's Avonds genieten we van een eenvoudige maar voedzame maaltijd bij Westersail.
We hebben die middag ook nog even een rondje door het dorp gewandeld. De geldautomaat in het dorp is verdwenen, de bank vond dat niet meer nodig. Fijn, die banken die steeds minder voor de mensen doen. Ze helpen een heel dorp gerust aan het einde...

Maandag 5 september 2016
We hebben al meer dan een week een probleem met onze zij-zeiltjes. Een van de twee gaat niet meer open of dicht, als je het gangboord in wilt, moet het hele ding open en als het gaat regenen, krijg je het zeiltje bijna niet dicht. De rits is na twaalf jaren in de zon "al" vergaan, en doet het dus niet meer. Aan de andere kant van de boot is het bijna net zo erg gesteld, dus we moeten naar een zeilmakerij. Nou was de schipper daar in Scheemda al mee bezig, maar pas in Grou zit een bedrijf vlak aan het water: Molenaar. Daar gaan we dus maar naar toe en dan zullen we vervolgens wel zien hoe het verder gaat. Maar voor dat het zover is, varen we eerst door de Alde Faenen en de Sitebuorster Ee naar het leuke plaatsje met de Sint Piter. We vinden inderdaad een mooi plekje, vlak voor de zeilmakerij, nadat we ons onderweg hebben afgevraagd of het allemaal wel zal gaan lukken. Natuurlijk hebben we weer te maken met een mede-waterweggebruiker die het er allemaal niet mee eens is (hij wil met zijn open zeilboot weg), maar die heeft even pech. Rond een uur of kwart voor elf meren we daar af. De schipper gaat informeren en komt terug met de boodschap dat ze daar geen tenten maken, maar dat we beter bij de vestiging van hetzelfde bedrijf kunnen gaan die dat wel doet. En zo komen we bij de tentenmakerij van Molenaar. Het is heel even zoeken (even terug naar de Nauwe Galle, onder de Gallebrêge door bakboord uit, langs de schiphuizen, stuurboord uit, onder Biensma's Brug door en dan rechtuit oversteken, meteen op de hoek aan stuurboordswal), maar om half twaalf knopen we de wal vast aan het schip (of andersom) en we gaan op onderzoek uit. Even later gaat de schipper terug met het zeiltje onder de arm en nog weer even later is de afspraak gemaakt: rond half twee zal de zaak "gepiept" zijn en hebben we nieuwe ritsen. Terwijl daaraan gewerkt wordt (de middagpauze zit er ook  nog tussen), gaan we even naar het dorp, kijken of we aan elastieken kunnen komen ter vervanging van het ding met het haakje dat zwemles kreeg bij de Oostersluis en zo jammerlijk verdronk. Niet dus... Dan maar water innemen en een "bammetje" klaar maken. De schipperse doet enkele boodschappen en even later gaat de schipper pinnen, want de afsprak is dat cash betaald zal worden. Daarna varen we terug naar de tentenmakerij en voor € 50,-- zijn wij weer helemaal "'t mannetje": keurig gemaakt, alsof het altijd zo heeft gezeten!
 
De schipper heeft nog even contact via de marifoon met de Luxe Motor die ons achterop komt, een schip voor de pleziervaart. Die loopt ons mooi voorbij. Nog bij Grou proberen we nog even een huurkruiser de grond in te boren (al weer zo'n sukkel die meent nergens naar te hoeven kijken en die zomaar de haven uit komt stormen), om vervolgens over een knobbelig Prinses Margrietkanaal de Kromme Knilles te bereiken. Een kleine 20 minuten later varen we voor € 2,-- door de Meinesleatbrêge en korte tijd daarna knopen we vast aan de steiger van aanlegplek SN06B: tegenover het Kameleon-Avonturenpark, met een riant uitzicht op de Terhernster Puollen.

Terhernster Puollen vanaf SN06B

Vandaag hebben we 32,8 kilometer gevaren in 3 uur en 54 minuten. We hebben 5,5 liter diesel gebruikt en zijn 1 brug gepasseerd.








Dinsdag 6 september 2016
We komen steeds dichter in de buurt van de thuishaven. Vandaag gaat de reis naar Echtenerbrug. Maar eerst moeten we door de Sanesleatbrêge, en dat wordt nog een aardig klusje. Net als wij voor de brug liggen te wachten hoort de schipper op de marifoon dat van de andere zijde een vrachtschip aankomt. Nou, dan wacht de brêgewipper nog wel even. En dus maken we maar even vast aan het remmingwerk. Het motorjacht voor ons heeft kennelijk niet zo'n "lul-ijzer", want die blijven vlak voor de doorvaartopening liggen. 't Is ook wel wat verwarrend: het licht stond al op rood-groen en ging ineens weer op rood. Dan doemt aan de andere zijde een diepgeladen vrachtschip op en begrijpen ook zij de toestand. Je zou verwachten dat dat schip dan eerst door de brug mag, maar dat is toch niet zo: wij gaan eerst, en dan vlak voor het vrachtschip langs. Want dat vaart heel langzaam naar de brug toe. Ik zoek nog even contact met de brugwachter, maar die meent heel laconiek "je hebt toch rood-groen?". En dat op een toon van "Wat zeur je nou?". Terwijl de schipper denkt dat even met elkaar overleggen gewoonweg veel verstandiger is. Na dit verhaal varen we door de Terhernster Sluis het Sneeker Meer op, in de richting van Gossepalen. Via een klein stukje Jouster Faertsje komen we in de Dolte, waar we uiteindelijk (je zou zeggen: gewoontegetrouw) stuiten op het kabelpontje dat aan het oversteken is. Wachten dus. Van de andere zijde komen, als het pontje aan de overzijde is enkele sloepen en die vinden dat ze eerst mogen, want ze kwamen het laatste aan... Ongeschonden bereiken we de Langsturter Poel, het Jentsje Mar (waar we nog een sportieve confrontatie met een Valk hebben), en via de Fammens Rakken, de Langweerder Wielen en de Scharster Rijn bereiken we om tien voor een het Tsjûke Mar. Veertig minuten later hebben we de boot aan de steiger bij De Meerkoet gemeerd. We betalen ons havengeld en bezoeken onze "vriendin" Dikke Tût.

De tocht van vandaag was 26 kilometer lang, duurde 3 uur en 30 minuten en kostte 5,1 liter diesel. het havengeld in Echtenerbrug bedroeg € 12,00 inclusief toeristenbelasting.

Woensdag 7 september 2016
De volgende dag gaan we verder. We hebben besloten dat we naar de Driewegsluis zullen gaan, maar de route er naar toe hebben we nog niet gevaren: via het Tjeukemeer. We wenden dus de steven naar het noord-westen en gaan voor de dam in het meer stuurboord uit om op een noord-oostelijke koers uit te komen. Zo varen we 3,3 kilometers in die richting, gaan onder de Ruitenschildtbrug door de Broerensloot in. Aan het eind komen we op de Tjonger, en we gaan vervolgens bij de Helomavaart bakboord uit. Tja, en dan zijn we ineens met een aantal andere schepen, waarvan er sommige ook haast hebben. Dat werkt natuurlijk niet, de brugwachter van de twee bruggen houdt het goed in de gaten en spaart de schepen op voor zo weinig mogelijk openingen. Bij de Driewegsluis meren we aan de punt van het insteekhaventje aan de oostzijde van het paviljoen. Het is weer van dat geweldige weer: twee zonnen aan de hemel, de wind recht van boven en de bovenkant van de thermometer eraf geknald. Noodweer voor de zeilers, te warm voor ons, en dus zoeken we op het terras van het paviljoen de schaduw (net als al die andere bezoekers), verkassen af en toe om in de schaduw te blijven, helpen een echtpaar ook aan een plek uit de zon en genieten ondertussen van een koel pilsje. Mooi plekje! We eten 's avonds aan boord, maar voor dat het zover is, drinken we nog gezellig een borrel en ziet de schipper drie ijsvogeltjes die krijgertje met elkaar spelen. Eigenlijk is het jammer dat we 's avonds aan de verre horizon de windmolens in het IJsselmeer kunnen zien: een hele rij witte knipperlichtjes die, als het donkerder wordt, naar rood verschieten.

We hebben vandaag 17,7 kilometer gevaren en hadden daar 2 uur, 18 minuten en 3,3 liter diesel voor nodig. Er hebben 2 bruggen voor ons "gedraaid". Het havengeld aan het eiland bedroeg € 7,60 inclusief toeristenbelasting.

Donderdag 8 september 2016
We moeten nog even boodschappen doen, en besluiten dat dat mooi kan in de supermarkt met het knalgele logo (ik heb altijd gedacht dat olifanten grijs zijn) in Steenwijk. Dus gaat het na de Linthorst Homansluis achter een huurboot aan naar Ossenzijl, waar we vrij vlot door de brug kunnen. Ware het niet dat de huurbak tergend langzaam door de brugopening schuift. Na de brug gaan we bakboord uit het kanaal Steenwijk-Ossenzijl in, om meteen al weer voor de volgende brug te liggen. Maar die gaat, ondanks dat 'ie net omlaag ging na een opening, meteen weer open voor ons. Toch fijn dat de provincie Overijssel weer brugwachters op de bruggen heeft gezet. Zo gaan we vrijwel zonder oponthoud naar Steenwijk. Onderweg zien we allerlei moois: vogels, landschap, vee, bootjes, noem maar op. We meren in de gemeentelijke passantenhaven van Steenwijk, zwaaien naar de havenmeester die er ook net even is en gaan van boord. We lopen de stad in en gaan koffie halen op het terras van Zus en Zo, op de rand van de markt. We bestellen er appeltaart bij, maar die is niet beschikbaar... Na die versnapering slaan we het een en ander in en gaan vervolgens weer aan boord. We stouwen alles weg en vertrekken uit de stad naar het leuke aanlegplekje dat wij "tussen de bruggen" hebben gedoopt. Daar genieten we de rest van de dag van het weer en de koelte van de schaduw van de bomen.

Een vaartocht van 22,8 kilometer, die we in 3 uren hebben afgelegd en die 4,1 liter brandstof heeft gekost. We passeren 6 bruggen en 1 sluis. Het bruggeld betalen we morgen...

Vrijdag 9 september
De laatste vaardag van deze vakantie: we gaan naar de thuishaven. We vinden het allebei erg jammer, want we hebben een hele mooie tocht gemaakt en schitterend weer gehad. Vanuit onze aanlegplek varen we naar de Kooiwegbrug, betalen € 2,10 bruggeld en gaan richting Blokzijl. De sluis aldaar geeft 25 minuten vertraging, maar ach, de vaartocht vergoedt veel. De temperatuur loopt op naar 26 graden, maar de barometer zakt en de bewolking neemt toe. Af en toe miezert het wat, maar over het algemeen blijft het redelijk weer. Via Vollenhove en het Kadoeler Meer bereiken we het Scheepvaartgat, om via Goot en Ganzendiep bij de Ganzensluis aan te landen. Om even voor drie meren we af in onze box, en is aan een vaartocht van drie weken een eind gekomen.
Morgen en zondag is er feest aan de haven: het jeugdzeilen wordt afgesloten met zeilwedstrijdjes en lekker eten. Op dat lekkere eten kunnen we natuurlijk niet wachten: we eten bij het Argentijnse restaurant in de Voorstraat in Kampen (Los Ché).
De boot wordt op zaterdag uitgepakt, en het eerste transport gaat naar huis. Ondertussen maakt de schipper schoon schip. Wij blijven nog tot zondag, nemen dan de laatste spulletjes mee en gaan naar huis, nagenietend van een bijzonder mooie vakantie met extreem mooi weer.

Deze laatste vaardag was 36,3 kilometer lang, duurde 4 uur en 36 minuten en kostte 6,6 liter diesel. We betaalden € 2,10 bruggeld.

We hebben deze vakantie 470 kilometer gevaren. Er zijn 98 bruggen voor ons open gegaan en we zijn 35 keer geschut. We hebben in totaal bijna 60 uren gevaren en in die tijd hebben we 83,5 liter diesel verstookt.




































video