Il Cinquino

Il Cinquino...
Om dit oliebolletje gaat het allemaal: Il Cinquino (het vijfje), hier in de Bataviahaven in Lelystad. Op de achtergrond een prachtig oud schip, een groninger zeetjalk uit 1908.

Met deze Fiat 500 hebben we al veel avonturen beleefd, van een klep door de zuiger midden in de nacht tot tweemaal een rit naar Italië, ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Fiat 500 in 1997 en om de route van de Mille Miglia te rijden in 1999. We brachten in 1997 ook een bezoek aan Garlenda, waar jaarlijks een enorme hoeveelheid van die wegvlooien is te bewonderen.


Voor de verdere avonturen moet je even geduld hebben, we beleven teveel met een boot, een bus en een Fiat...

Intussen ging de tijd verder... Na die klep door de zuiger (wat een klap geeft dat zeg!) is er lang niets aan het torretje gebeurd. Er werd een ruilhartje in Il Cinquino gezet en daarmee is jarenlang gereden. 't Ding spoot olie aan alle kanten (ik heb er wel eens een andere Fiat voor vele jaren volledig roestvrij mee gemaakt) en dat leverde ook wel eens een vette rookwolk op. Dat moest dus veranderen: het eigen motorblok moest gereviseerd (met een gat in de zuiger rijdt toch niet zo heel erg goed) en dan konden we weer van alles doen zonder tactisch rookgordijn.

Bij die restauratie bleek dat de motor als eens eerder "onder handen was genomen": alles wat ik er samen met een collega-fiattist standaard in had gezet bleek overmaat te hebben: zuigerveren, keerringen, lagers. Dat was dan meteen de oplossing voor het probleem "geen oliedruk"... Daarna ging het allemaal helemaal goed, totdat...












Totdat ik midden in het bos aan wat aardige Rode Kruisdames vroeg of ze ook een pleister voor mijn zere Fiatje hadden. Sloeg zomaar af, wilde niet meer starten... Op sleep naar de dames toe, maar ja, het was toch meer een kwestie van een rotor in een verdelerkap die iets deed wat niet mag: de contacten raken en iedere keer wat messing achterlaten... Kortsluiting was ons deel en de Fiat hield er subiet mee op. Schoonmaken, en rijden maar weer. Rijden, rijden, totdat...


Ja, alweer totdat. Totdat dat vermaledijde rode lampje waar GEN. op staat weer begon te branden. Op weg naar een evenement (de Oostbrabant Rit) nota bene. GEN (aangenaam, mijn naam is generatore, zeg maar dynamo) in het knalrood betekent òf de accu wordt niet bijgeladen (dan stopt het technisch wonder drie uur later wegens stroomgebrek) òf de verntilatorriem is geknapt (en dan hoor je nog eenmaal een knal en daarna zit je hele motor in de soep). Dus: stoppen, controleren. Riem o.k., dus: ... Juist, en tot op de dag van vandaag 25 januari 2015 is de oorzaak niet gevonden. Een heel jaarevenement sleutelen (en dus niet mee met de zondagrit), wel mee met de zaterdagrit, in de Fiat van Jan en Annie Meijerink (geweldig, die Fiat kregen we zo mee!, nog maar weer een keertje bedankt!!!).

Op de terugweg van dat jaarevenement ging het bijna helemaal verkeerd, werd bijna dat tweede scenario (van de klap en de soep) werkelijkheid. De pully viel uit elkaar (verkeerd in elkaar gezet) en de riem lag onder in de motorruimte. Dus kreeg het nog niet zo lang geleden gereviseerde torretje geen koeling. De rook sloeg er af, toen ik eindelijk kon stoppen omdat ik zo'n gerinkel achterin hoorde...



Daar stonden we dan, met Bus en Fiat op De Somp bij Apeldoorn. Niet te repareren door mij (hoe haal je toch die afgebroken draadeinden uit dat onderdeel), eerst maar eens afkoelen, en dan de KNAC bellen (die zullen ook wel denken: daar heb je die vent al weer). Maar geen probleem, een tijdje later de Wegenwacht, die de breakdown-service van de KNAC uitvoert. Dat werd dus echt Mc-Iveren, want die pully was niet zomaar in elkaar te zetten. Daarna bleek natuurlijk dat de reserveriem netjes thuis in de schuur hing (keurig aan een spijkertje en samen met zijn even grote broertje, dat dan weer wel). Dus even Apeldoorn bellen (oh, neen, daar waren we al), even A. in dus en een nieuwe riem opgehaald. Daarna werkte het allemaal weer, zelfs het lampje brandde goed. Juist: probleem slechts gedeeltelijk opgelost (en daar kon die wegenwachter echt helemaal niets aan veranderen!). Ergens midden op de Veluwe maken we dan nog een korte stop, en daarna moeten we lopen... Weer niet starten, grrrr. En eigenlijk zie ik bij opening van de motorkap meteen wat er loos is: 't kabeltje van de bobine naar het onstekingshuis is los. Dus: nieuw oogje er aan (het laatste dat ik hier bij me heb), weer bevestigd en rijden met dat rode monster. Thuis meteen de garage in en niet meer naar omkijken. Doen we later wel, eerst maar eens even de zinnen verzetten tijdens een paradijselijke tocht naar de hel van het noorden. Varend, wel te verstaan, met de Beereboot.


Even verder vertellen...

Er niet meer naar omkijken, dat kan ik dus niet zo heel erg goed. Dat ding moet het gewoon doen, en graag zonder allerlei narigheid. Maar ja, rijden? En ik weet het zo langzamerhand ook niet meer: wat zou er nog aan kunnen mankeren? Ik heb de dynamo vervangen, er is een andere spanningsregelaar gekomen, het kabeltje van de bobine is netjes gerepareerd. En toch blijft dat nare rode lampje branden, laadt de accu niet echt bij. Dan moet 'ie maar weer een tijdje uit logeren, want zo gaat dat ook niet goed. Een telefoontje naar Hilversum levert een oplossing, en enkele dagen later gaat ons rode oliebolletje achter op een aanhanger richting het Mediapark... Nou ja, daar gaat ons troeteltje natuurlijk niet heen, Tom de With Onderdelen en Service Fiat 500 in Ankeveen mag zich er eens mee gaan bemoeien. Die kreeg onze Fiat de vorige keer ook netjes aan de praat, dus...


Tom is er een tijdje mee bezig geweest, en dan komt het verlossende telefoontje: hij is klaar. Alles is weer uit elkaar geweest, maar een echte oorzaak heeft ook Tom niet kunnen vinden. Maar: heel erg raar, want daarna heeft dat malle rode lampje nog niet weer gebrand. En het torretje loopt als een naaimachientje!


Uiteindelijk hebben we de rest van 2015 niet zo heel veel meer met ons vijfhonderdje gereden. Hij moest het veld ruimen voor de inhoud van de bus, die Oude Dame "met-de-jeugdpuistjes". Daaraan moest een grote roestauratie gepleegd worden, en dat betekende dat het interieur tijdelijk in de garage kwam wonen, zonder de bus er omheen. En waar kasten staan kan geen Fiat geparkeerd worden... Die moest dus ergens heen. O wacht, de oplossing is erg simpel. Die gaat ongeveer als volgt:


Er was eens een staatssecretaris die al dat oude blik op de weg maar niks vond, het zou slecht zijn voor "het millijeu". Tenminste, dat zei hij en hij meende dat je daar met belastingen iets aan kunt doen. En hij bedacht dat die oude auto's, waarvoor je geen belasting hoefde te betalen en waarmee je het hele jaar mocht rijden best weer "in de belasting" konden en dan ook een paar maanden niet op de openbare weg mochten. Ja, dat laatste mag wel, maar dan moet je nog meer belasting betalen. Het gevolg is dat wij nu belasting betalen voor een oude bus die bijna niet rijdt, en daarnaast geld kwijt zijn aan een winterstalling, want die bus past niet in onze garage, want die is te laag (of de bus is te hoog, dat weet ik eigenlijk niet precies). Er is ook nog een ander gevolg: die staatssecretaris dacht dat 'ie daarmee heel veel geld kon binnenharken. Dat viel vies tegen: heel veel mensen werden door deze rare maatregel werkloos, de auto's werden ineens veel minder waard (veel gewone mensen hadden daardoor dus ineens een fors vermogensverlies) en heel veel rollend erfgoed is over de landsgrenzen verdwenen. En het beloofde geld kwam er ook niet... Er zijn op die manier ook heel veel goedwillende hobbyisten van hun vrije tijdsbesteding afgeholpen. Dat is dus een hele goeie actie geweest van die staatssecretaris... Tja, het is zoals iemand op een forum al eens schreef: "Wie het oude niet eert weet niet wat hem mankeert".


Nou ging die bus deze winter niet naar de winterstalling, maar naar Marknesse, dus de garage (lees: koelcel) waarin de bus zou staan had een lege plek. Daar kon dan de Fiat mooi heen, en dan kon de inhoud van de bus op de plek van de Fiat. Zo hadden we in één klap nog maar één auto beschikbaar in plaats van drie... Twee van de drie uit logeren in de Noordoostpolder en nummer drie bij de deur.
Wat er met die bus gebeurt, kan je elders op deze pagina lezen, daar kan je ook de binnenkant van onze garage bewonderen...
En nu proberen we dus hard aan die bus te werken, zodat de Fiat weer snel naar huis kan...


Intussen is het oktober 2016 geworden. Die oude dame staat nog steeds in die andere garage, de binnenkant van de bus logeert nog steeds in de garage bij ons huis en de Fiat gaat naar de winterstalling van de bus. Maar voordat dit kan moet er eerst een ander probleempje opgelost worden. Als je stevig rijdt (zeg maar: boven de 90 km per uur) komt de cabine van het rode wonder vol met rook te staan. Het "geurt" naar verbrande olie... Controle leert dat er olie op de uitlaat terecht komt, die daar op het snikhete metaal verbrandt. Verder zoeken leert dat de kleppen wat ontregeld zijn (de ontsteking staat goed). De inlaat staat te ver open en de uitlaat te ver dicht (zeg maar: helemaal dicht), het uitlaatgas wordt daardoor het carter in geperst en komt er via de pakking van het caterpannetje weer uit. En neemt dan natuurlijk ook olie mee, die alle kanten op spuit... Zet je de auto weg, dan markeert 'ie overduidelijk het territorium, en olievlekken zijn vervolgens ons deel. Dus maar even kleppen gesteld, en zie daar: dat helpt! Vervolgens is het Fiatje naar de stalling gereden en hebben we met een brok in de keel afscheid genomen tot het volgende jaar. Moeilijk hoor: zo heb je drie motorvoertuigen beschikbaar, zo blijft er slechts één over...


Zondag 6 november 2016.
Vandaag "even" een ritje gemaakt met de Japanse waterkoker, helemaal naar de Tweede Maasvlakte. Daar was in Expositieruimte Futureland een koffieklets georganiseerd door leden van de Fiat 500 Club en daar wilden we wel bij zijn. Het was zeer interessant, en bovenal erg gezellig. Na afloop hebben we heerlijk gegeten met onze Fiat-vrienden uit Lelystad bij Bistro Jan Goos in onze woonplaats. Lekker en gezellig!





Geen opmerkingen:

Een reactie posten